De arbeidsmarkt voor de lagere functies in de zorg: veel vissen in de vijver

Maatregelen nodig op de arbeidsmarkt voor Zorg en Welzijn

Mannen in zorgberoepen en kinderopvang

Regioportretten

Onderzoeksrapporten

Rapport RegioMarge 2009

Veel personeel en slimme organisaties nodig in zorg en welzijn

Rapport RegioMarge 2008

Werkgeversenquête najaar 2007

Uitstekende kansen op een baan in de sector Zorg en Welzijn

 

Mannen in zorgberoepen en kinderopvang
29 september 2009

Binnen het primair proces van het werk in de zorg en de kinderopvang zijn mannen in de minderheid. Het werk in deze sectoren heeft over het algemeen het imago van een ‘vrouwenberoep’. Dit lage aantal mannen wordt in de sector als ongewenst ervaren. Vanwege het arbeidspotentieel onder mannen dat nu in geringe mate wordt aangesproken, de samenstelling van de doelgroep, maar ook omdat de status en het beloningsniveau van een beroep dalen als er veel vrouwen in dat beroep werken (de wet van Sullerot). Binnen het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt in Zorg en Welzijn is daarom onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen van het aantal en aandeel mannen dat werkzaam is in zorg en kinderopvang, en de vraag of het mogelijk is om hier invloed op uit te oefenen.

Uit dit onderzoek blijkt dat het aandeel mannen binnen veel beroepsgroepen in de zorg daalt. Deze daling van het aandeel mannen heeft echter niet te maken met een daling van het aantal mannen in deze beroepen: over het algemeen stijgt dit aantal juist. Het aantal vrouwen stijgt echter sterker. In de afgelopen jaren is de werkgelegenheid in de zorg toegenomen en zijn er meer vrouwen dan mannen ingestroomd. In de kinderopvang neemt het aandeel mannen licht toe de laatste jaren. Hier is zowel het aantal mannen als het aantal vrouwen gestegen, waarbij de stijging van het aantal mannen verhoudingsgewijs groter was dan de stijging van het aantal vrouwen. Hun totale aandeel in deze branche blijft echter zeer gering.

Bij de keuze voor een bepaald beroep, maakt ieder individu zijn of haar eigen afwegingen (er zijn in zijn algemeenheid echter wel verschillen tussen de beroepskeuzes van mannen en vrouwen). Een belangrijk aspect bij de beroepskeuze is de informatie die mensen hebben. De vraag is dus of mensen niet voor werk in zorg en kinderopvang kiezen omdat die beroepen hen minder aanspreken, of omdat ze een onjuist beeld hebben van de inhoud van die beroepen. Uit de literatuur blijkt dat mensen niet altijd een goed beeld hebben van wat het werken in de zorg (en kinderopvang) inhoudt. In het onderzoeksrapport wordt nog een aantal andere factoren genoemd die van invloed (kunnen) zijn op het wel of niet kiezen voor een beroep in zorg of kinderopvang. Eén daarvan is dat er nogal wat vooroordelen bestaan jegens mannen die in deze sectoren werken. Imagoverbetering van het werk in zorg en kinderopvang kan er toe leiden dat meer mannen voor deze sectoren kiezen. Er is echter sprake van een complex aantal factoren dat ervoor zorgt dat mannen relatief weinig voor het werken in zorg of kinderopvang kiezen. Er zijn daarom ook geen aanbevelingen te doen die succes garanderen. De aangrijpingspunten die de meeste kans van slagen lijken te hebben, liggen op het vlak van voorlichting, beeldvorming en imago.