Een ogenblik geduld a.u.b.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. In sed semper sem, sit amet volutpat nunc. Nunc pellentesque diam eget ex congue, vel egestas massa mattis.

Methodiek

Werkgelegenheid

De basis voor veel data die worden opgeleverd door het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, Jeugdzorg en Kinderopvang (WJK) zijn de microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze data komen momenteel ca. 2 jaar na afloop van het jaar beschikbaar. Begin 2017 zijn dus de data van 2014 beschikbaar gesteld. Deze data worden op dit moment verwerkt door het consortium Prismant en CAOP.

In juni 2015 is de gehanteerde branche-indeling aangepast aan de nieuwe indeling van het CBS. Dat is met terugwerkende kracht gedaan, zodat er sprake is van een consistente reeks. De huidige gegevens wijken daarom af van reeksen die gepubliceerd zijn vóór juni 2015. Sinds 2017 worden de data van de branches Welzijn en maatschappelijke dienstverlening (WMD) en Verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) opgesplitst naar sub-branches. Linksonder in de databank interface kan het niveau “Branche uitgebreid” worden gekozen: hiermee worden de data, indien beschikbaar, weergegeven op sub-branche niveau.De nieuwe indeling is als volgt:

Hoofdbranche:Welzijn en maatschappelijke dienstverlening

Sub-branches: Maatschappelijke dienst- en hulpverlening, Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, Algemeen welzijnswerk, Peuterspeelzalen, Overig welzijn

Hoofdbranche: Verpleging, verzorging en thuiszorg

Sub-branches: Verpleging en verzorging, Thuiszorg

Deze nieuwe indeling geldt niet met terugwerkende kracht, maar alleen voor data gepubliceerd vanaf 2017. Een aanvraag tot een gedetailleerder inzicht in de branche indeling kan gedaan worden door een bericht te sturen via "contact" rechts bovenin het scherm.

De uitsplitsing van de branche Welzijn en maatschappelijke dienstverlening wordt regionaal (nog) niet gemaakt omdat de methodiek hiervoor onvoldoende betrouwbare gegevens oplevert. Op regioniveau treft u wel cijfers voor de gehele branche.

Het onderzoeksprogramma genereert zowel landelijke als regionale data. De landelijke werkgelegenheidsdata worden ‘geregionaliseerd’ op basis van de woonplaats van de werknemer (Geestelijke gezondheidszorg, Gehandicaptenzorg, Verpleging, verzorging en thuiszorg, Jeugdzorg en Kinderopvang, Welzijn en maatschappelijke dienstverlening) of de standplaats van de werkgever (Ziekenhuizen, Huisartsenzorg en Gezondheidscentra, Overige zorg, Overige sectoren en mensen die in het buitenland wonen maar in Nederland werken). De onderwijsdata worden geregionaliseerd op basis van de woonplaats van leerlingen.

 

Aantal werknemers en FTE (aantallen, jaarcijfers)

Landelijk: De gegevens over aantal werknemers en FTE zijn gebaseerd op het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) van het CBS. Hierbij wordt alleen gekeken naar arbeidsovereenkomsten werknemer-werkgever. Zelfstandigen worden dus niet meegeteld. Omdat deze data ca. 2 jaar achterlopen op de actualiteit, worden de landelijke CBS gegevens geactualiseerd m.b.v. gegevens van de pensioenuitvoerders PGGM en ABP. Dit wordt gedaan door de procentuele groei van de PGGM-data / ABP-data te projecteren op de CBS data. Dit wordt extrapolatie genoemd.

Regionaal: Voor de extrapolatie van de geregionaliseerde landelijke CBS cijfers wordt aangesloten bij de landelijke methodiek. De data worden gecorrigeerd voor de werknemers die zijn verhuisd in de geëxtrapoleerde jaren. Voor de Kinderopvang wordt een uitzondering gemaakt: daarvoor worden de data van FCB gebruikt als belangrijkste bron.

Kwartaalcijfers werkgelegenheid in werknemers en FTE (aantallen en indexcijfers, per kwartaal)

Met behulp van data van het CBS en PGGM wordt berekend hoe de werkgelegenheid in de verschillende branches van de sector Zorg en WJK zich ontwikkeld heeft over de 9 meest recente kwartalen. Vanwege definitieverschillen en verschillen in indelingen komen de PGGM-data en de CBS-data niet geheel overeen. De PGGM-data zijn daarom omgerekend naar dezelfde orde van grootte als de CBS-aantallen. De landelijke jaarcijfers zoals die zijn gepubliceerd op de website zijn daarbij leidend. De peildatum van die jaarcijfers is 31 december. De PGGM-data van het vierde kwartaal hebben eveneens peildatum 31 december. De PGGM data van het vierde kwartaal zijn gelijkgesteld aan de landelijke jaarcijfers van het betreffende jaar. De data uit de voorlopende, tussenliggende en opvolgende PGGM-kwartalen zijn daar vervolgens van afgeleid op basis van de ontwikkelingen die te zien zijn in de kwartaalreeks. De indexcijfers worden berekend door het aantal werknemers en FTE in het betreffende kwartaal te delen door het aantal werknemers in het eerste getoonde kwartaal. Het eerst getoonde kwartaal heeft altijd een indexcijfer van 100.

Aantal werknemers en FTE naar functie (alleen landelijk)

De verhouding van het aantal werknemers naar functie (naar branche) vanuit de Werknemersenquête, wordt geprojecteerd op het aantal werknemers (per branche) vanuit het SSB en de extrapolatie. Zo wordt een berekening gemaakt van het aantal werknemers per functie per branche.

Aantal werknemers en FTE naar kwalificatie

Landelijk: De verhouding van het aantal werknemers en FTE naar kwalificatie (naar branche) vanuit de Werknemersenquête, wordt geprojecteerd op het aantal werknemers (per branche) vanuit het SSB en de extrapolatie. Zo wordt een berekening gemaakt van het aantal werknemers per kwalificatie per branche.

Regionaal: de verhouding van het aantal werknemers naar kwalificatie vanuit de Werknemersenquête wordt geprojecteerd op het aantal werknemers per branche per regio om het aantal personen met een bepaalde kwalificatie in een branche in een regio te berekenen. Vervolgens wordt het aantal personen per kwalificatie in die regio opgeteld om te komen tot de totalen voor Zorg en WJK.

Deeltijdfactor

Het totaal aantal FTE van werknemers in Zorg en WJK gedeeld door het totaal aantal werknemers in Zorg en WJK.

Beslag Zorg en WJK op arbeidsmarkt (alleen regionaal)

Het aantal personen in een regio dat in Zorg en WJK werkt, gedeeld door het totaal aantal werkzame personen in een regio.

Niet werkende werkzoekenden (aantal, per jaar)

Aantal personen van 15-65 jaar zonder betaald werk, die bij UWV ingeschreven staan voor een baan van minimaal 12 uur per week. Deze gegevens worden rechtstreeks overgenomen van het UWV WERKbedrijf.

Niet werkende werkzoekenden (percentage van de beroepsbevolking)

Aandeel NWW-ers ten opzichte van de beroepsbevolking in de regio.

Personeelskenmerken

De basis voor veel data die worden opgeleverd door het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, Jeugdzorg en Kinderopvang (WJK) is de microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze data komen momenteel ca. 2 jaar na afloop van het jaar beschikbaar. Begin 2017 zijn dus de data van 2014 beschikbaar gesteld. Deze data worden op dit moment verwerkt door het consortium Prismant en CAOP.

In juni 2015 is de gehanteerde branche-indeling aangepast aan de nieuwe indeling van het CBS. Dat is met terugwerkende kracht gedaan, zodat er sprake is van een consistente reeks. De huidige gegevens wijken daarom af van reeksen die gepubliceerd zijn vóór juni 2015. Sinds 2017 worden de data van de branches Welzijn en maatschappelijke dienstverlening (WMD) en Verpleging, verzorging en thuiszorg opgesplitst naar sub-branches.De nieuwe indeling is als volgt:

Hoofdbranche: Welzijn en maatschappelijke dienstverlening.

Sub-branches: Maatschappelijke dienst- en hulpverlening, Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, Algemeen welzijnswerk, Peuterspeelzalen, Overig welzijn.

Hoofdbranche: Verpleging, verzorging en thuiszorg.

Sub-branches: Verpleging en verzorging, Thuiszorg.

Deze nieuwe indeling geldt niet met terugwerkende kracht, maar alleen voor data gepubliceerd vanaf 2017. Een aanvraag tot een gedetailleerder inzicht in de branche indeling kan gedaan worden door een bericht te sturen via "contact" rechts bovenin het scherm.

De uitsplitsing van de branche Welzijn en maatschappelijke dienstverlening wordt regionaal (nog) niet gemaakt omdat de methodiek hiervoor onvoldoende betrouwbare gegevens oplevert. Op regioniveau treft u wel cijfers voor de gehele branche.

Gemiddelde leeftijd

Op basis van de leeftijd van alle werknemers van wie de leeftijd bekend is, wordt het gemiddelde berekend.

Leeftijdsverdeling

Het aantal werknemers per leeftijdscategorie gedeeld door het totaal aantal werknemers van wie de leeftijd bekend is.

Aandeel man en vrouw

Het aantal werknemers dat man dan wel vrouw is gedeeld door het totaal aantal werknemers van wie het geslacht bekend is.

Aandeel werknemers jonger dan 35 jaar

Het aantal werknemers dat minimaal 15 en maximaal 34 jaar is gedeeld door het totaal aantal werknemers van wie de leeftijd bekend is.

Aandeel werknemers jonger dan 55 jaar

Het aantal werknemers dat maximaal 54 jaar is gedeeld door het totaal aantal werknemers van wie de leeftijd bekend is.

Aandeel werknemers van 35 jaar of ouder

Het aantal werknemers dat 35 jaar of ouder is gedeeld door het totaal aantal werknemers van wie de leeftijd bekend is.

Aandeel werknemers van 55 jaar of ouder

Het aantal werknemers dat 55 jaar of ouder is gedeeld door het totaal aantal werknemers van wie de leeftijd bekend is.

Aandeel herkomst van werknemers (alleen landelijk)

Het aantal werknemers per herkomstcategorie is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men tweede generatie allochtoon met één ouder uit buitenland is of niet.

Aandeel allochtoon

Het aantal werknemers dat allochtoon is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men allochtoon is of niet.

Aandeel autochtoon (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat autochtoon is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men autochtoon is of niet.

Aandeel eerste generatie allochtoon (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat eerste generatie allochtoon is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men eerste generatie allochtoon is of niet.

Aandeel tweede generatie allochtoon, beide ouders uit buitenland (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat tweede generatie allochtoon met beide ouders uit buitenland is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men tweede generatie allochtoon met beide ouders uit buitenland is of niet.

Aandeel tweede generatie allochtoon, één ouder uit buitenland (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat tweede generatie allochtoon met één ouder uit buitenland is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men tweede generatie allochtoon met één ouder uit buitenland is of niet.

Aandeel Antilliaans (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat Antilliaans is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men Antilliaans is of niet.

Aandeel Marokkaans (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat Marokkaans is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men Marokkaans is of niet.

Aandeel overig niet-westers (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat overig niet-westers is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men overig niet-westers is of niet.

Aandeel overig westers (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat overig westers is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men overig westers is of niet.

Aandeel Surinaams (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat Surinaams is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men Surinaams is of niet.

Aandeel Turks (alleen landelijk)

Het aantal werknemers dat Turks is gedeeld door het totaal aantal van wie bekend is of men Turks is of niet.

Aandeel zelfstandigen Zorg en WJK (alleen regionaal)

Het aantal personen dat werk als zelfstandige heeft verricht in Zorg en WJK in een regio gedeeld door het totaal aantal werknemers in Zorg en WJK in een regio.

Aandeel zelfstandigen gehele economie(alleen regionaal)

Het aantal personen dat werk als zelfstandige heeft verricht in een regio gedeeld door het totaal aantal werknemers in een regio.

Mobiliteit

De basis voor veel data die worden opgeleverd door het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, Jeugdzorg en Kinderopvang (WJK) is de microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze data komen momenteel ca. 2 jaar na afloop van het jaar beschikbaar. Begin 2017 zijn dus de data van 2014 beschikbaar gesteld. Deze data worden op dit moment verwerkt door het consortium Prismant en CAOP.

In juni 2015 is de branche-indeling die gehanteerd wordt aangepast aan de nieuwe indeling van het CBS. Dat is met terugwerkende kracht gedaan, zodat er sprake is van een consistente reeks. De gegevens wijken daarom af van eerder gepubliceerde reeksen.

Het onderzoeksprogramma genereert zowel landelijke als regionale data. De landelijke mobiliteitsdata worden ‘geregionaliseerd’ op basis van de woonplaats van de werknemer (Geestelijke gezondheidszorg, Gehandicaptenzorg, Verpleging, verzorging en thuiszorg, Jeugdzorg en Kinderopvang, Welzijn en maatschappelijke dienstverlening) of de standplaats van de werkgever (Ziekenhuizen, Huisartsenzorg en Gezondheidscentra, Overige zorg, Overige sectoren en mensen die in het buitenland wonen maar in Nederland werken). De onderwijsdata worden geregionaliseerd op basis van de woonplaats van leerlingen.

Instroom en uitstroom werknemers en FTE (per kwartaal)

Deze data zijn gebaseerd op gegevens van PGGM en ABP. Vanwege definitieverschillen en verschillen in indelingen komen de PGGM en ABP data en de CBS-data niet geheel overeen. Deze data zijn daarom omgerekend naar dezelfde orde van grootte als de CBS-aantallen. Hiervoor is gekeken wat het aandeel van de instroom en de uitstroom van werknemers en fte per kwartaal is in de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Door deze aandelen te projecteren op de kwartaalreeks van de werkgelegenheid (zie onder het kopje Werkgelegenheid: werknemers/FTE, per kwartaal) is de omvang van de in- en uitstroom per kwartaal berekend.

Saldo werknemers en FTE (per kwartaal)

De instroom minus de uitstroom van het aantal werknemers en FTE per kwartaal. De in- en uitstroomgegevens zijn gebaseerd op gegevens van PGGM en ABP. Vanwege definitieverschillen en verschillen in indelingen komen de PGGM-data en de CBS-data niet geheel overeen. De PGGM-data zijn daarom omgerekend naar dezelfde orde van grootte als de CBS-aantallen. Hiervoor is gekeken wat het aandeel van de instroom en de uitstroom van werknemers en FTE per kwartaal is in de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Door deze aandelen te projecteren op de kwartaalreeks van de werkgelegenheid (zie onder het kopje Werkgelegenheid: werknemers/FTE, per kwartaal) is de omvang van de in- en uitstroom per kwartaal berekend.

Netto verloop - Zorg en WJK (alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers op basis van het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) van het CBS dat in jaar t werkzaam was in Zorg en Welzijn en in jaar t+1 niet meer. Dit aantal is gedeeld door het totaal aantal werknemers in Zorg en Welzijn in jaar t.

Netto verloop - 3 jaars gemiddelde (alleen regionaal)

Regionaal wordt netto verloop weergegeven als een driejaarsgemiddelde. Hiervoor zijn alle werknemers op basis van het SSB opgeteld die in de afgelopen drie jaar de sector Zorg en Welzijn hebben verlaten (in jaar t was men werkzaam in Zorg en Welzijn, in jaar t+1 niet meer). Dit aantal is gedeeld door het totaal aantal werknemers in Zorg en Welzijn in die drie jaar.

Verloop personeel WJK (jaarcijfers, alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam was in WJK en in jaar t+1 niet meer. Dit aantal is gedeeld door het totaal aantal werknemers in WJK in jaar t.

Verloop personeel zorg (jaarcijfers, alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam was in de Zorg en in jaar t+1 niet meer. Dit aantal is gedeeld door het totaal aantal werknemers in de Zorg in jaar t.

Mobiliteit - Inactief (jaarcijfers, alleen landelijk)

Aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam is in een branche/functie en in jaar t+1 niet meer omdat men inactief is geworden, gedeeld door het totaal aantal werknemers in de branche/functie in jaar t. Hierbij wordt een selectie gemaakt, alleen werknemers in de volgende banen worden meegenomen: niet-BBL, reguliere baan, niet jonger dan 25 in combinatie met een baan van minder dan 9 uur in de week.

Mobiliteit - Intra-branche (jaarcijfers, alleen landelijk)

Aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam is in een branche/functie en in jaar t+1 niet meer omdat men bij een andere werkgever in dezelfde branche is gaan werken, gedeeld door het totaal aantal werknemers in de branche/functie in jaar t. Hierbij wordt een selectie gemaakt, alleen werknemers in de volgende banen worden meegenomen: niet-BBL, reguliere baan, niet jonger dan 25 in combinatie met een baan van minder dan 9 uur in de week.

Mobiliteit - Overige branches (jaarcijfers, alleen landelijk)

Aantal werknemers op basis van het SSB op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam is in een branche/functie en in jaar t+1 niet meer omdat men in een andere branche binnen Zorg en WJK is gaan werken, gedeeld door het totaal aantal werknemers in de branche/functie in jaar t. Hierbij wordt een selectie gemaakt, alleen werknemers in de volgende banen worden meegenomen: niet-BBL, reguliere baan, niet jonger dan 25 in combinatie met een baan van minder dan 9 uur in de week.

Mobiliteit - Overige sectoren (jaarcijfers, alleen landelijk)

Aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam is in een branche/functie en in jaar t+1 niet meer omdat men buiten Zorg en WJK is gaan werken, gedeeld door het totaal aantal werknemers in de branche/functie in jaar t. Hierbij wordt een selectie gemaakt, alleen werknemers in de volgende banen worden meegenomen: niet-BBL, reguliere baan, niet jonger dan 25 in combinatie met een baan van minder dan 9 uur in de week.

Mobiliteit - Totaal (jaarcijfers, alleen landelijk)

Aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam is bij een bepaalde werkgever in een branche/functie en in jaar t+1 niet meer, gedeeld door het totaal aantal werknemers in de branche/functie in jaar t. Hierbij wordt een selectie gemaakt, alleen werknemers in de volgende banen worden meegenomen: niet-BBL, reguliere baan, niet jonger dan 25 in combinatie met een baan van minder dan 9 uur in de week.

Mobiliteit - Uitkeringen (jaarcijfers, alleen landelijk)

Aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam is in een branche/functie en in jaar t+1 niet meer en een uitkering ontvangt, gedeeld door het totaal aantal werknemers in de branche/functie in jaar t. Hierbij wordt een selectie gemaakt, alleen werknemers in de volgende banen worden meegenomen: niet-BBL, reguliere baan, niet jonger dan 25 in combinatie met een baan van minder dan 9 uur in de week.

Herkomst instroom - Binnen branche (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Op basis van het PGGM-deelnemersbestand wordt per branche het aantal werknemers geteld dat in een periode van vier kwartalen is gaan werken in die branche, en in het kwartaal voor men in die branche werkzaam was bij een werkgever in diezelfde branche. Vervolgens wordt het aandeel van deze groep berekend in de totale instroom in die branche.

Herkomst instroom - Binnen Zorg en Welzijn (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Op basis van het PGGM-deelnemersbestand wordt per branche het aantal werknemers geteld dat in een periode van vier kwartalen is gaan werken in die branche, en in het kwartaal voor men in die branche ging werken werkzaam was bij een werkgever in een andere branche binnen Zorg en Welzijn (exclusief de academische ziekenhuizen). Vervolgens wordt het aandeel van deze groep berekend in de totale instroom in de branche

Herkomst instroom - Buiten Zorg en Welzijn (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Op basis van het PGGM-deelnemersbestand wordt per branche het aantal werknemers geteld dat in een periode van vier kwartalen is gaan werken in die branche, en in het kwartaal voor men in die branche ging werken werkzaam was bij een werkgever buiten Zorg en WJK (inclusief academische ziekenhuizen). Vervolgens wordt het aandeel van deze groep berekend in de totale instroom in de branche.

Herkomst instroom - Herintreder (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Op basis van het PGGM-deelnemersbestand wordt per branche het aantal werknemers geteld dat in een periode van vier kwartalen is gaan werken in die branche, en in het kwartaal voor men in die branche ging werken niet werkzaam was bij een werkgever in Zorg en WJK (exclusief academische ziekenhuizen), terwijl hij/zij in de periode daarvoor wel werkzaam is geweest in Zorg en WJK. Vervolgens wordt het aandeel van deze groep berekend in de totale instroom in de branche.

Herkomst instroom - Overig (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Op basis van het PGGM-deelnemersbestand wordt per branche het aantal werknemers geteld dat in een periode van vier kwartalen is gaan werken in die branche, en in het kwartaal voor men in die branche ging werken arbeidsongeschikt was. Vervolgens wordt het aandeel van deze groep berekend in de totale instroom in de branche.

Herkomst instroom - Totaal (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Op basis van het PGGM-deelnemersbestand wordt per branche het aantal werknemers geteld dat in een periode van vier kwartalen is gaan werken in een bepaalde branche. Vervolgens wordt het aandeel van deze groep berekend in de totale instroom in de branche.

Vertrekrichting - Binnen branche (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers in het PGGM-deelnemersbestand dat in een periode van 4 kwartalen is vertrokken bij een werkgever in een bepaalde branche en is gaan werken bij een andere werkgever in dezelfde branche. Vervolgens is het aandeel van deze groep berekend t.o.v. het totaal aantal werknemers dat is vertrokken bij een bepaalde werkgever in die branche.

Vertrekrichting - Binnen Zorg en Welzijn (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers in het PGGM-deelnemersbestand dat in een periode van 4 kwartalen is vertrokken bij een werkgever in een bepaalde branche en is gaan werken bij een werkgever in een branche binnen Zorg en WJK. Vervolgens is het aandeel van deze groep berekend t.o.v. het totaal aantal werknemers dat is vertrokken bij een bepaalde werkgever in die branche.

Vertrekrichting - Buiten Zorg en Welzijn (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers in het PGGM-deelnemersbestand dat in een periode van 4 kwartalen is vertrokken bij een werkgever in een bepaalde branche en is gaan werken bij een werkgever buiten Zorg en WJK. Vervolgens is het aandeel van deze groep berekend t.o.v. het totaal aantal werknemers dat is vertrokken bij een bepaalde werkgever in die branche.

Vertrekrichting - Overig (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers in het PGGM-deelnemersbestand dat in een periode van 4 kwartalen wegens arbeidsongeschiktheid is vertrokken bij een werkgever in een bepaalde branche of is overleden. Vervolgens is het aandeel van deze groep berekend t.o.v. het totaal aantal werknemers dat is vertrokken bij een bepaalde werkgever in die branche.

Vertrekrichting - Pensioen (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers in het PGGM-deelnemersbestand dat in een periode van 4 kwartalen wegens pensionering is vertrokken bij een werkgever in een bepaalde branche. Vervolgens is het aandeel van deze groep berekend t.o.v. het totaal aantal werknemers dat is vertrokken bij een bepaalde werkgever in die branche.

Vertrekrichting - Totaal (kwartaalcijfers) (alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers in het PGGM-deelnemersbestand dat in een periode van 4 kwartalen is vertrokken bij werkgevers in een bepaalde branche. Vervolgens is het aandeel van deze groep berekend t.o.v. het totaal aantal werknemers dat is vertrokken bij een bepaalde werkgever in die branche.

Netto verloop – branches (jaarcijfers, alleen landelijk)

Telling van het aantal werknemers op basis van het SSB dat in jaar t werkzaam was ineen bepaalde branche en in jaar t+1 niet meer. Dit aantal is gedeeld door het totaal aantal werknemers in die branche in jaar t.

Inkomende binnenlandse pendel - Gehele economie (jaarcijfers, alleen regionaal)

Het aantal werknemers in de regio op basis van het SSB dat woonachtig is in een ander gebied in Nederland maar werkt in de betreffende regio, gedeeld door het totaal aantal werkzame in de betreffende regio. Dit wordt alleen berekend voor de regio’s waarvoor regionalisering heeft plaatsgevonden o.b.v. werkgevers: Ziekenhuizen, Huisartsen en gezondheidscentra, en Overige zorg.

Inkomende binnenlandse pendel - Zorg en WJK (jaarcijfers, alleen regionaal)

Het aantal werknemers in de regio op basis van het SSB dat woonachtig is in een ander gebied in Nederland maar werkt in Zorg en WJK in de betreffende regio, gedeeld door het totaal aantal werkzame in Zorg en WJK in de betreffende regio. Dit wordt alleen berekend voor de regio’s waarvoor regionalisering heeft plaatsgevonden o.b.v. werkgevers : Ziekenhuizen, Huisartsen en gezondheidscentra, en Overige zorg.

Uitgaande binnenlandse pendel - Gehele economie (jaarcijfers, alleen regionaal)

Het aantal werknemers in de regio op basis van het SSB dat woonachtig is in de betreffende regio maar werkt in een ander gebied in Nederland, gedeeld door het totaal aantal werknemers die wonen in de betreffende regio. Dit wordt alleen berekend voor de regio’s waarvoor regionalisering heeft plaatsgevonden o.b.v. werkgevers: Ziekenhuizen, Huisartsen en gezondheidscentra, en Overige zorg.

Uitgaande binnenlandse pendel - Zorg en WJK (jaarcijfers, alleen regionaal)

Het aantal werknemers in de regio op basis van het SSB dat woonachtig is in de betreffende regio maar werkt in Zorg en WJJK in een ander gebied in Nederland, gedeeld door het totaal aantal werknemers Zorg en WJK die wonen in de betreffende regio. Dit wordt alleen berekend voor de regio’s waarvoor regionalisering heeft plaatsgevonden o.b.v. werkgevers: Ziekenhuizen, Huisartsen en gezondheidscentra, en Overige zorg.

Pendelsaldo (jaarcijfers, alleen regionaal)

Inkomende pendel minus uitgaande pendel van werknemers in Zorg en WJK in een regio op basis van het SSB, gedeeld door het totaal aantal werknemers in Zorg en WJK in die regio.

Werkbeleving

Aandeel (zeer) tevreden (alleen landelijk)

Op basis van de Werknemersenquête is het aandeel werknemers bepaald dat de vraag hoe tevreden men in het algemeen met zijn/haar werk is, heeft beantwoord met ‘tevreden’ of ‘zeer tevreden’.

Algemene tevredenheid (3 klassen) (alleen landelijk)

Op basis van de Werknemersenquête is het aandeel werknemers bepaald dat de vraag hoe tevreden men in het algemeen met zijn/haar werk is, heeft beantwoord met ‘(zeer) tevreden’, met ‘deels tevreden’/’deels ontevreden’ en met ‘(zeer) ontevreden’.

Algemene tevredenheid (5 klassen) (alleen landelijk)

Op basis van de Werknemersenquête is het aandeel werknemers bepaald dat de vraag hoe tevreden men in het algemeen met zijn/haar werk is, heeft beantwoord met ‘zeer tevreden’, ‘tevreden’, ‘deels tevreden’, ‘deels ontevreden’, ‘ontevreden’ en ‘zeer ontevreden’.

Algemene werkbeleving (alleen landelijk)

In de Werknemersenquête komen verschillende vragen voor die te maken hebben met de werkbeleving. Op basis van deze vragen is een gemiddelde score voor dit aspect berekend, op een schaal van 1 tot 5. Hierbij is 1 de laagste score en 5 de hoogste score.

Binding met de organisatie (alleen landelijk)

In de Werknemersenquête komen verschillende vragen voor over het aspect binding met de organisatie. Op basis van deze vragen is een gemiddelde score voor dit aspect berekend, op een schaal van 1 tot 5. Hierbij is 1 de laagste score en 5 de hoogste score.

Ervaren mate van zelfstandigheid in het werk (alleen landelijk)

In de Werknemersenquête komen verschillende vragen voor over het aspect ervaren zelfstandigheid in het werk. Op basis van deze vragen is een gemiddelde score voor dit aspect berekend, op een schaal van 1 tot 5. Hierbij is 1 de laagste score en 5 de hoogste score.

Ervaren waardering van leidinggevende (alleen landelijk)

In de Werknemersenquête komen verschillende vragen voor over het aspect ervaren waardering door de leidinggevende. Op basis van deze vragen is een gemiddelde score voor dit aspect berekend, op een schaal van 1 tot 5. Hierbij is 1 de laagste score en 5 de hoogste score.

Inhoud en omstandigheden van het werk (alleen landelijk)

In de Werknemersenquête komen verschillende vragen voor over het aspect inhoud en omstandigheden van het werk. Op basis van deze vragen is een gemiddelde score voor dit aspect berekend, op een schaal van 1 tot 5. Hierbij is 1 de laagste score en 5 de hoogste score.

Ervaren werkdruk (alleen landelijk)

In de Werknemersenquête komen verschillende vragen voor over het aspect ervaren werkdruk. Op basis van deze vragen is een gemiddelde score voor dit aspect berekend, op een schaal van 1 tot 5. Hierbij is 1 de laagste score en 5 de hoogste score.

Vertrekgeneigdheid: op zoek naar andere baan (alleen landelijk)

Op basis van de Werknemersenquête is het aandeel werknemers bepaald dat de vraag of men op zoek is naar een andere baan, heeft beantwoord met 'ja'.

Mate van actie om andere baan te vinden (alleen landelijk)

In de Werknemersenquête is een selectie gemaakt van respondenten die aangaven op zoek te zijn naar een andere baan. Van die groep is het aandeel bepaald dat aangaf heel veel, veel, weinig of heel weinig actie te hebben ondernomen om een andere baan te vinden.

Onderwijs

Deelnemers

Op basis van de onderwijsbestanden van het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) wordt het aantal deelnemers per opleiding bepaald. Het aantal deelnemers is gedefinieerd als het aantal personen dat staat ingeschreven bij een onderwijsinstelling van het bekostigd onderwijs op peildatum 1 oktober per jaar. In de brondata zijn de relevante opleidingen geïdentificeerd op basis van het centraal register opleidingen hoger onderwijs (CROHO) en het centraal register beroepsopleidingen (CREBO). Buitenlandse studenten worden hierin niet meegenomen.

Instroom

De instroom in het onderwijs is gedefinieerd als het aantal personen dat in en bepaald jaar staat ingeschreven als een deelnemer aan een bepaalde opleiding voor Zorg en WJK en het jaar ervoor geen deelnemer was aan die bepaalde opleiding (zie ook ‘Deelnemers’).

Geslaagden

Op basis van de onderwijsbestanden van het CBS wordt het aantal gediplomeerden bepaald. Het aantal gediplomeerden is gedefinieerd als het aantal behaalde diploma’s bij een onderwijsinstelling van het bekostigd onderwijs in een bepaald diplomajaar. In de brondata zijn de relevante opleidingen geïdentificeerd op basis van het centraal register opleidingen hoger onderwijs (CROHO) en het centraal register beroepsopleidingen (CREBO). Buitenlandse studenten worden hierin niet meegenomen.

Onderwijs geslaagden, groeicijfers

Aantal gediplomeerden in jaar t gedeeld door aantal gediplomeerden in jaar t-1

Onderwijs instroom, groeicijfers

Aantal instroom in jaar t gedeeld door aantal instroom in jaar t-1

Studierendement

Het percentage personen dat is ingestroomd in een bepaald studiejaar én geslaagd is binnen de periode van nominale studieduur+1 t.o.v. de totale instroom. Indien het aantal geslaagden lager is dan 20 of de instroom lager is dan 10, worden er geen gegevens getoond.

Sectorrendement

Het sectorrendement is gedefinieerd als het percentage gediplomeerden (met een behaalde kwalificatie Zorg & WJK) in een bepaald studiejaar, dat het volgende jaar werkzaam is in de sector Zorg & WJK.

Uitstroom t.o.v. zittend personeel (alleen regionaal)

Het aantal gediplomeerden van een opleiding in Zorg en Welzijn in een bepaald jaar in een regio, uitgedrukt als aandeel van het totaal aantal werknemers in Zorg en Welzijn in dat jaar in die regio.

Verzuim

Verzuim (Zorg & WJK, Alle economische sectoren)

Het totaal aantal ziektedagen van de werknemers, in procenten van het totaal aantal beschikbare (werk-/kalender)dagen van de werknemers in de verslagperiode. Bedrijven mogen het percentage ziekteverzuim zowel berekenen op basis van kalenderdagen als op basis van werkdagen. Aangenomen wordt dat deze twee wijzen van berekening tot gemiddeld dezelfde ziekteverzuimpercentages leiden. (Bron: CBS Statline)

Verzuim (Ziekenhuizen, Gehandicaptenzorg, Geestelijke gezondheidszorg, Verpleging, verzorging en thuiszorg)

Van alle werknemers wordt elke ziektedag in de periode vermenigvuldigd met de bij die dag behorende parttimefactor en de arbeidsongeschiktheidsfactor, waarna deze worden opgeteld. Van alle werknemers (ziek en niet ziek) wordt elke dienstverbanddag in de periode vermenigvuldigd met de bij die dag behorende parttimefactor, waarna deze worden opgeteld. Het totaal aantal ziektedagen wordt gedeeld door het totaal aantal dienstverbanddagen en vermenigvuldigd met 100%. (Bron: Vernet)

Verzuim (Welzijn en maatschappelijke dienstverlening, Jeugdzorg, Kinderopvang)

Het ziekteverzuimpercentage is gedefinieerd als het totaal aantal ziektedagen van de werknemers, in procenten van het totaal aantal beschikbare (werk-/kalender)dagen van de werknemers in de verslagperiode, inclusief het verzuim langer dan een jaar en exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof. (Bron: FCB)

Verzuim (Huisartsen en gezondheidscentra)

Bron: Zorg van de Zaak

Beroepsbevolking en participatie

Bevolking (alleen regionaal)

Aantal personen in de Nederlandse bevolking volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Potentiele beroepsbevolking (alleen regionaal)

Aantal personen in de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 15 tot 75 jaar.

Beroepsbevolking (alleen regionaal)

Aantal personen dat in de Enquête beroepsbevolking (EBB) van het CBS geregistreerd is als werkzame beroepsbevolking, plus de werkloze beroepsbevolking.

(Bruto) Arbeidsparticipatie (alleen regionaal)

Voor het berekenen van de arbeidsparticipatie wordt gebruik gemaakt van de beroepsbevolking en de potentiële beroepsbevolking. De participatie wordt berekend als beroepsbevolking / potentiële beroepsbevolking.