Verzuim wordt in de kinderopvang het vaakst aan het werk toegeschreven
Aan werknemers die in de afgelopen twaalf maanden hebben verzuimd, is gevraagd of hun meest recente verzuim een gevolg was van het werk. Het gaat daarbij om de inschatting van de werknemer zelf. De percentages tellen op tot het aandeel werknemers dat in de afgelopen 12 maanden heeft verzuimd (zie figuur 2).
In de kinderopvang, inclusief peuterspeelzaalwerk, wordt het verzuim het vaakst geheel of gedeeltelijk aan het werk toegeschreven. In deze branche geeft 28% van de werknemers aan dat het meest recente verzuim hoofdzakelijk of deels het gevolg was van het werk. In de meeste branches ligt dit aandeel rond de 15%, oftewel ongeveer één op de zeven werknemers.Het aandeel is met 10% het laagst in de ziekenhuizen en overige medisch-specialistische zorg en in overige zorg en welzijn.
Ter vergelijking: voor zorg en welzijn als geheel bedraagt het aandeel 15%. Voor alle economische sectoren in Nederland is dit 12%.
Figuur 4. Werkgerelateerd verzuim
* Werknemers konden daarnaast ook kiezen voor de antwoordopties ‘nee, geen gevolg van het werk’ en ‘weet niet’ of ‘geen antwoord’. Van deze laatste twee categorieën (weet niet en geen antwoord) liggen de percentages tussen de 3 % en 6 %.