Achter de verzuimcijfers: grote verschillen in klachten en werkgerelateerde oorzaken tussen branches

21 juli 2026 • Longread

Ziekteverzuim in zorg en welzijn verschilt sterk per branche, niet alleen in omvang, maar ook in de klachten en werkgerelateerde redenen die werknemers noemen. De verpleging, verzorging en thuiszorg heeft het hoogste verzuimpercentage, terwijl in de kinderopvang het grootste aandeel werknemers verzuimt en verzuim het vaakst geheel of gedeeltelijk aan het werk wordt toegeschreven.

Achter deze verschillen gaan uiteenlopende verzuimpatronen schuil. Griep, verkoudheid of een andere virusinfectie is in alle branches de meest genoemde klacht. Bij werkgerelateerd verzuim behoren een te hoge werkdruk en besmetting op het werk in veel branches tot de meest genoemde redenen. Daarnaast wordt in de geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg en het sociaal werk relatief vaak emotioneel te zwaar werk genoemd. In de verpleging, verzorging en thuiszorg geldt dat voor lichamelijk te zwaar werk.

Dit artikel brengt verschillen in ziekteverzuim, verzuimklachten en werkgerelateerde oorzaken voor verzuim binnen zorg en welzijn in kaart. De analyse is gebaseerd op de CBS-tabel ‘Reden ziekteverzuim’, die in het kader van het AZW-programma als aanvullende statistische dienst is ontwikkeld. De cijfers hebben betrekking op 2025 en zijn afkomstig uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO. De tabel vormt een verdieping op de AZW-tabel ‘Ziekteverzuim volgens werknemers, regio’.

Het ziekteverzuim verschilt sterk tussen de branche

Het ziekteverzuimpercentage in 2025 verschilt sterk tussen de branches binnen zorg en welzijn. Het hoogste percentage zien we in de verpleging, verzorging en thuiszorg: 9,2%. In overige zorg en welzijn is het ziekteverzuim met 5,7% het laagst. Ter vergelijking: voor zorg en welzijn als geheel bedraagt het ziekteverzuimpercentage 7,5%. Voor alle economische sectoren in Nederland ligt dit op 5,4%.

Figuur 1. Ziekteverzuimpercentage 2025 zorg en welzijn

In de kinderopvang is het aandeel werknemers met verzuim het hoogst

Ook het aandeel werknemers dat in de afgelopen twaalf maanden heeft verzuimd, verschilt tussen de branches. In de kinderopvang, inclusief peuterspeelzaalwerk, is dit aandeel met 62% het hoogst. Daarna volgt de geestelijke gezondheidszorg met 61%. Bij huisartsen en gezondheidscentra is het aandeel werknemers met verzuim het laagst: 44%.
Ter vergelijking: voor zorg en welzijn als geheel ligt het aandeel werknemers dat in de afgelopen twaalf maanden heeft verzuimd op 55%. Voor alle economische sectoren in Nederland is dit 51%.

Figuur 2. Percentage werknemers dat in de afgelopen 12 maanden heeft verzuimd

Griep, verkoudheid en andere virusinfecties worden het vaakst genoemd

In alle branches bestaat de top drie van klachten bij het meest recente verzuim uit dezelfde categorieën. Griep, verkoudheid of een andere virusinfectie wordt het vaakst genoemd. Op de tweede en derde plaats staan overige klachten en psychische klachten, overspannenheid of burn-out. De volgorde van deze twee categorieën verschilt per branche.

Figuur 3. Klachten bij het meest recente verzuim

Verzuim wordt in de kinderopvang het vaakst aan het werk toegeschreven

Aan werknemers die in de afgelopen twaalf maanden hebben verzuimd, is gevraagd of hun meest recente verzuim een gevolg was van het werk. Het gaat daarbij om de inschatting van de werknemer zelf. De percentages tellen op tot het aandeel werknemers dat in de afgelopen 12 maanden heeft verzuimd (zie figuur 2).

In de kinderopvang, inclusief peuterspeelzaalwerk, wordt het verzuim het vaakst geheel of gedeeltelijk aan het werk toegeschreven. In deze branche geeft 28% van de werknemers aan dat het meest recente verzuim hoofdzakelijk of deels het gevolg was van het werk. In de meeste branches ligt dit aandeel rond de 15%, oftewel ongeveer één op de zeven werknemers.Het aandeel is met 10% het laagst in de ziekenhuizen en overige medisch-specialistische zorg en in overige zorg en welzijn.

Ter vergelijking: voor zorg en welzijn als geheel bedraagt het aandeel 15%. Voor alle economische sectoren in Nederland is dit 12%.

Figuur 4. Werkgerelateerd verzuim

* Werknemers konden daarnaast ook kiezen voor de antwoordopties ‘nee, geen gevolg van het werk’ en ‘weet niet’ of ‘geen antwoord’. Van deze laatste twee categorieën (weet niet en geen antwoord) liggen de percentages tussen de 3 % en 6 %.

Werkdruk speelt breed, maar andere verzuimredenen verschillen per branche

Een te hoge werkdruk, besmetting op het werk en ‘iets anders’ behoren in de meeste branches tot de meest genoemde redenen voor werkgerelateerd verzuim.
Daarnaast zijn er verschillen tussen de branches. In de geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg en het sociaal werk wordt emotioneel te zwaar werk relatief vaak genoemd. In de verpleging, verzorging en thuiszorg noemen werknemers relatief vaak lichamelijk te zwaar werk als reden voor het werkgerelateerde verzuim.

De percentages in onderstaande figuur tellen op tot het aandeel werkgerelateerd verzuim (zie figuur 4).

Figuur 5. Redenen werkgerelateerd verzuim bij het meest recente verzuim

Meer lezen?

Op de hoogte blijven?

Krijg als eerste de nieuwste publicaties, uitnodigingen voor AZW-Clubhuisbijeenkomsten en meer verdieping van actuele data binnen zorg en welzijn.