Loopbaanperspectief neemt af met de leeftijd
Bij loopbaanperspectief draait het beeld om. Van de werknemers tot 25 jaar vindt 58 procent dat er voldoende loopbaanperspectieven zijn. Daarna loopt het aandeel stap voor stap terug: 55 procent onder 25- tot 35-jarigen, 50 procent onder 35- tot 45-jarigen, 47 procent onder 45- tot 55-jarigen en 39 procent onder 55-plussers. Tussen de jongste en oudste groep zit daarmee bijna twintig procentpunt verschil.
Figuur 3. Meer autonomie, minder loopbaanperspectief naarmate medewerkers ouder zijn
Oudere werknemers ervaren meer ruimte om hun eigen werktempo te bepalen, maar zien minder vaak voldoende mogelijkheden om door te groeien. Waardoor die combinatie ontstaat, laat deze tabel niet zien.
Het patroon bij loopbaanperspectief is bovendien breed zichtbaar. In alle negen branches ligt het aandeel dat voldoende loopbaanperspectief ervaart lager in de oudste leeftijdsgroep dan in de jongste leeftijdsgroep. In de GGZ gaat het bijvoorbeeld om 65 tegenover 39 procent, bij ziekenhuizen om 58 tegenover 34 procent en bij UMC’s om ongeveer 55 tegenover 34 procent, een verschil van eenentwintig procentpunt.
Ook bij beloning duikt dezelfde groep op
Van de werknemers tot 25 jaar vindt 46 procent dat zij voldoende worden betaald voor het werk dat zij doen. Onder 25- tot 35-jarigen is dat 36 procent. Daarna stijgt het aandeel weer, tot 48 procent onder werknemers van 55 jaar en ouder.
Daarmee duikt hetzelfde verschijnsel op dat we eerder bij tevredenheid, werkdruk en bevlogenheid zagen: juist 25- tot 35-jarigen vallen ongunstig op. Het verschil in beloning met de groep tot 25 jaar blijft ook overeind wanneer rekening wordt gehouden met de onzekerheidsmarges.
Figuur 4. Voldoende betaald voor het werk, aandeel medewerkers dat het (zeer) eens is
Op brancheniveau is het beeld bij beloning minder uniform. In verschillende branches zijn oudere groepen duidelijk positiever, maar dit patroon zien we niet overal even sterk. Hier voegt het sectorbeeld daarom meer toe dan een vergelijking van alle afzonderlijke branches.