‘Je probeert jezelf staande te houden, tot dat niet meer lukt’

  • Praktijkverhaal

14 september 2026 • Longread

Esther werkt als sociaal werker en combineert haar werk al jaren met intensieve mantelzorg. Haar beide ouders hebben dementie en tot voor kort zorgde ze ook voor haar zus, die in recent is overleden. Lange tijd deed Esther de mantelzorg naast haar werk en gebruikte ze vakantiedagen voor afspraken en zorgtaken. Tot ze begin dit jaar merkte dat het niet meer ging. Ze ging tijdelijk minder werken en is na het overlijden van haar zus opnieuw aan het opbouwen. Haar ervaring laat zien hoe belangrijk het is dat ondersteuning niet pas op gang komt als een medewerker overbelast raakt. ‘Je probeert heel erg om jezelf staande te houden. Maar soms heb je iemand nodig die ziet dat dat eigenlijk niet meer lukt.’

Dit praktijkverhaal is onderdeel van een gezamenlijke publicatie van CBS en AZW over werk en mantelzorg in zorg en welzijn. Bekijk alle cijfers en verhalen in het online magazine.
Bekijk het magazine

Altijd rekening houden met wat er kan gebeuren

De mantelzorg voor haar ouders speelt al jaren. Haar vader heeft al ongeveer negen jaar dementie en ook haar moeder kreeg de diagnose. Rond haar vader is steeds meer professionele zorg georganiseerd, van thuiszorg en Buurtzorg tot dagopvang en een trajectbegeleider ouderenzorg. Toch blijft er voor Esther en haar broer veel te regelen en af te stemmen. Bovendien kan de situatie onverwacht veranderen. Een afspraak met de huisarts of thuiszorg wordt tussendoor ingepland en soms is hun aanwezigheid direct nodig.

Niet alleen de daadwerkelijke zorgtaken kosten energie. Vooral het gevoel dat er ieder moment iets kan gebeuren, maakt de combinatie zwaar. ‘Je voelt alsmaar: er kan iets gebeuren. Dat maakt het heel onrustig.’ Ook de afstemming met alle betrokken zorgverleners vraagt tijd. Dat er professionele hulp is, is volgens Esther heel waardevol, maar betekent niet dat de mantelzorg daarmee verdwijnt. ‘Het is fijn dat er heel veel zorg is, maar dat kost ook weer heel veel tijd.’

‘Je voelt alsmaar: er kan iets gebeuren. Dat maakt het heel onrustig.’

Als er geen ruimte meer overblijft voor je werk

Begin dit jaar merkte Esther dat de optelsom van zorgen te groot werd. Naast de zorg voor haar ouders waren er op dat moment grote zorgen om haar zus. ‘Ik kwam thuis en was kapot. Op een gegeven moment dacht ik: ik trek het gewoon niet meer.’ Ze ging daarom enkele maanden 25 procent minder werken. Na haar vakantie zou ze haar volledige uren weer oppakken, maar kort daarvoor overleed haar zus. Werken bleek daarna opnieuw niet haalbaar. Inmiddels bouwt Esther haar uren geleidelijk weer op.

Juist haar werk als sociaal werker maakt die terugkeer voor haar ingewikkeld. In haar functie moet zij er met aandacht kunnen zijn voor de mensen die zij begeleidt. ‘Je moet er zijn voor je cliënten, maar zelf zit je zo vol met alles.’ Omdat Esther gewend is hard te werken en nooit eerder langere tijd was uitgevallen, vond ze het moeilijk om zelf te bepalen wanneer ze weer voldoende belastbaar was. ‘Wanneer kan je er weer helemaal zijn? Die zoektocht vond ik echt heel ingewikkeld.’

Ondersteuning voordat iemand overbelast raakt

Tijdens haar re-integratie ervaart Esther steun van de bedrijfsarts. Nadat de opbouw aanvankelijk te snel ging, werd het tempo op advies van de bedrijfsarts verlaagd. Ook haar team helpt: hoewel Esther binnen haar vakgebied een eenmanspositie heeft, nemen collega’s uit andere disciplines werkzaamheden over wanneer zij aangeeft dat iets niet lukt. Daardoor kan ze haar werk beter loslaten.

Tegelijkertijd ervoer ze vanuit haar leidinggevende druk om snel weer volledig aan het werk te gaan. Ze denkt niet dat dit zo bedoeld was, maar opmerkingen over wanneer zij weer volledig zou werken, gaven haar het gevoel dat ze vooruit moest terwijl ze zelf nog zocht naar wat haalbaar was. Ook moest ze tijdens een langere afwezigheid van haar leidinggevende zelf vragen met wie ze haar wekelijkse gesprekken over haar re-integratie kon voortzetten.

Achteraf had Esther graag eerder ondersteuning gehad van iemand met specifieke kennis van mantelzorg. De gesprekken met een bedrijfsmaatschappelijk werker hielpen haar om na te denken over haar grenzen en over welke zorg zij wel en niet zelf moest oppakken. Maar iemand die eerder naast haar had gestaan en met haar had gekeken naar de combinatie van werk en mantelzorg, had volgens haar mogelijk kunnen helpen om overbelasting eerder te herkennen. ‘Dat je het niet alleen hoeft te doen. Dat iemand naast je staat en ziet: je probeert jezelf staande te houden, maar het lukt eigenlijk niet.’

‘Dat iemand naast je staat en ziet: je probeert jezelf staande te houden, maar het lukt eigenlijk niet.’

Weten welke mogelijkheden er zijn

Ook duidelijke informatie vanuit de werkgever had Esther geholpen. Lange tijd wist zij niet goed van welke verlofmogelijkheden ze gebruik kon maken. Voor afspraken rond haar ouders nam ze daarom regelmatig vakantiedagen op. Pas later ontdekte ze dat ze voor sommige situaties ook zorgverlof had kunnen gebruiken. Daarmee verdween juist de vrije tijd die bedoeld was om zelf te herstellen.

Zorgverlof kent voor haar bovendien een financiële drempel. Omdat een deel niet wordt doorbetaald, kan zij het niet zonder meer opnemen. Dat wringt. ‘Ik probeer echt zo hard om te blijven staan. Dan vind ik het bijna niet kloppen dat je daar zelf voor moet betalen.’

Wat helpt volgens Esther?

Terugkijkend ziet Esther een aantal zaken die haar helpen – of eerder hadden kunnen helpen – om werk en mantelzorg te combineren:

  • Duidelijke informatie over verlof en ondersteuning, zodat medewerkers niet zelf hoeven uit te zoeken welke mogelijkheden er zijn.
  • Een rustig en passend re-integratietempo, waarbij de belastbaarheid van de medewerker leidend is.
  • Collega’s die werkzaamheden kunnen overnemen, zodat werk daadwerkelijk kan worden losgelaten als dat nodig is.
  • Onafhankelijke ondersteuning, bijvoorbeeld van een bedrijfsmaatschappelijk werker of iemand met specifieke kennis van mantelzorg.
  • Aandacht voor signalen van overbelasting, ook wanneer een medewerker zelf nog probeert door te gaan.
  • De zorg kunnen delen, in Esthers geval met haar broer, met wie zij vrijwel dagelijks afstemt.
  • Bewust tijd voor herstel nemen, bijvoorbeeld door te sporten, yoga te doen, op vakantie of een weekend weg te gaan.

Voor Esther zit een belangrijke les dan ook niet alleen in wat een organisatie doet wanneer iemand eenmaal is uitgevallen. Juist eerder kan ondersteuning verschil maken. Mantelzorgers zijn vaak lang bezig om alle ballen zelf in de lucht te houden. Dan helpt het als iemand naast hen staat, meedenkt over wat mogelijk is en tijdig ziet wanneer de combinatie te veel begint te vragen.

Verder lezen?

Dit praktijkverhaal is onderdeel van een gezamenlijke publicatie van CBS en AZW over werk en mantelzorg in zorg en welzijn. CBS onderzocht hoe werknemers in de sector werk combineren met de zorg voor een naaste. AZW vult de cijfers aan met persoonlijke verhalen van medewerkers uit verschillende branches.

Lees de belangrijkste inzichten uit het CBS-onderzoek en alle praktijkverhalen over werk en mantelzorg bij elkaar.

Bekijk het magazine

Meer lezen?

Op de hoogte blijven?

Krijg als eerste de nieuwste publicaties, uitnodigingen voor AZW-Clubhuisbijeenkomsten en meer verdieping van actuele data binnen zorg en welzijn.