Ondersteuning voordat iemand overbelast raakt
Tijdens haar re-integratie ervaart Esther steun van de bedrijfsarts. Nadat de opbouw aanvankelijk te snel ging, werd het tempo op advies van de bedrijfsarts verlaagd. Ook haar team helpt: hoewel Esther binnen haar vakgebied een eenmanspositie heeft, nemen collega’s uit andere disciplines werkzaamheden over wanneer zij aangeeft dat iets niet lukt. Daardoor kan ze haar werk beter loslaten.
Tegelijkertijd ervoer ze vanuit haar leidinggevende druk om snel weer volledig aan het werk te gaan. Ze denkt niet dat dit zo bedoeld was, maar opmerkingen over wanneer zij weer volledig zou werken, gaven haar het gevoel dat ze vooruit moest terwijl ze zelf nog zocht naar wat haalbaar was. Ook moest ze tijdens een langere afwezigheid van haar leidinggevende zelf vragen met wie ze haar wekelijkse gesprekken over haar re-integratie kon voortzetten.
Achteraf had Esther graag eerder ondersteuning gehad van iemand met specifieke kennis van mantelzorg. De gesprekken met een bedrijfsmaatschappelijk werker hielpen haar om na te denken over haar grenzen en over welke zorg zij wel en niet zelf moest oppakken. Maar iemand die eerder naast haar had gestaan en met haar had gekeken naar de combinatie van werk en mantelzorg, had volgens haar mogelijk kunnen helpen om overbelasting eerder te herkennen. ‘Dat je het niet alleen hoeft te doen. Dat iemand naast je staat en ziet: je probeert jezelf staande te houden, maar het lukt eigenlijk niet.’
‘Dat iemand naast je staat en ziet: je probeert jezelf staande te houden, maar het lukt eigenlijk niet.’