Zorggedrag en verlofgebruik door werknemers zorg en welzijn

CBS
  • Sebastian Alejandro Perez
  • John Michiels

15 september 2026 • Longread

Hoe combineren werknemers in zorg en welzijn hun werk met de zorg voor een zieke of hulpbehoevende naaste? CBS onderzocht hoe vaak zij zelf zorg verlenen, in hoeverre zij daarvoor (zorg)verlof opnemen en of zij hun werk aanpassen. Ook vergelijkt het onderzoek werknemers in zorg en welzijn met werknemers in andere bedrijfstakken.

Inleiding

Het doel van dit artikel is om meer licht te werpen op de vraag hoe werknemers in zorg en welzijn hun werkzaamheden weten te combineren met eventuele zorgtaken thuis. Hierbij gaat de aandacht uit naar de geleverde zorg, het nemen van zorgverlof en het al dan niet aanpassen van het eigen werk aan de zorgsituatie. Verder wordt nagegaan in hoeverre het verlenen van zorg verschilt van die in andere bedrijfstakken.

Er is eerder al gepubliceerd over zorgsituaties, zorgverlof en werkaanpassingen voor de gehele werknemerspopulatie, in de Monitor Arbeid, zorg en kinderopvang (Alejandro Perez, 2026). In het voorliggende artikel wordt de bedrijfstak zorg en welzijn uitgelicht en worden de verschillen met andere bedrijfstakken inzichtelijk gemaakt. De volgende thema’s komen aan bod:

  1. In welke mate komen zorgsituaties en zorgverlening voor zieke of hulpbehoevende naasten voor bij werknemers in de bedrijfstak zorg en welzijn? Aan de ene kant wordt in toenemende mate van mensen verwacht dat ze de zorg voor naasten zoveel mogelijk zelf organiseren. Maar vanuit het oogpunt van de arbeidstekorten in de zorg betekent meer zorg in de eigen thuissituatie door werknemers in zorg en welzijn aan de andere kant dat zij minder tijd overhouden voor betaald werk in de zorg. Welk beeld schetsen de cijfers gezien deze twee tegenstrijdige doelstellingen? Wat zijn belangrijke redenen om niet voor zieke of hulpbehoevende naasten te zorgen en verschilt dit van werkenden in andere bedrijfstakken?
  2. In welke mate maken zorgwerknemers gebruik van verlofregelingen om met deze zorgsituaties om te gaan? En wat zijn de belangrijkste redenen om geen zorgverlof te nemen?
  3. In welke mate en op welke wijze passen zorgwerknemers hun werksituatie aan wanneer ze zorg thuis verlenen, en welke problemen treden hierbij op?

Module Arbeid, zorg en kinderopvang
Voor dit artikel worden gegevens gebruikt uit de module Arbeid, zorg en kinderopvang van de Enquête beroepsbevolking (EBB). Deze module wordt om het jaar in de vierde peiling van de EBB uitgevraagd op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en verzamelt informatie over de mate waarin de werkzame beroepsbevolking betaald werk combineert met de zorg voor kinderen of hulpbehoevende naasten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen langdurige en kortdurende zorgsituaties. Een langdurige zorgsituatie is een situatie waarbij een partner, kind, familielid, vriend of bekende door gezondheidsproblemen langer dan twee weken zorg of hulp nodig heeft. Bij een kortdurende zorgsituatie is minder dan twee weken hulp nodig. Zie voor meer informatie over de module Arbeid, zorg en kinderopvang de CBS-longread die hierover eerder dit jaar is verschenen (Alejandro Perez, 2026).

Data en methode

In dit artikel wordt onderzocht in welke mate werknemers van 15 tot 75 jaar zorg verlenen aan een partner, kind, familielid, vriend of bekende in langdurige en kortdurende zorgsituaties. Daarnaast is ook gekeken hoe vaak in dergelijke zorgsituaties van verlofregelingen gebruik wordt gemaakt en of er aanpassingen in de werksituatie plaatsvinden. Voor ieder van deze thema’s staan de verschillen tussen zorg en welzijn en (het totaal van alle) andere bedrijfstakken centraal. Deze verschillen worden inzichtelijk gemaakt met beschrijvende analyses voor het meest recente verslagjaar, 2025.

Een deel van de verschillen tussen zorg en welzijn en andere bedrijfstakken hangt samen met verschillen in kenmerken van de werknemers, zoals geslacht, leeftijd en onderwijsniveau, en met kenmerken van het werk, zoals de arbeidsduur (deeltijd/voltijd) en het beroep. Om dit te onderzoeken zijn logistische regressieanalyses uitgevoerd. Twee typen modellen zijn hierbij met elkaar vergeleken: een zogenaamd nulmodel met alleen het kenmerk bedrijfstak, en een tweede model met naast bedrijfstak ook werknemers- en arbeidskenmerken. Hierbij zijn de gegevens van de verslagjaren 2023 en 2025 samengevoegd, zodat er voldoende massa is om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. De resultaten van de logistische regressieanalyses zijn terug te vinden in Bijlage 1*.

Resultaten

Werknemers in zorg en welzijn zorgen relatief vaak in thuissituatie

Binnen zorg en welzijn kregen 201 duizend werknemers te maken met een langdurige zorgsituatie. Daarvan hebben er 167 duizend (83 procent) ook zorg verleend. Zij zorgden hiermee vaker dan werknemers buiten zorg en welzijn (75 procent).

Figuur 1. Zorgverlening door werknemers in een langdurige zorgsituatie, 2025

Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Ook als er rekening wordt gehouden met de kenmerken van werknemers en hun werk blijft de samenhang tussen bedrijfstak en zorg voor langdurig zieke of hulpbehoevende naasten statistisch significant (zie bijlage B1*). Werknemers in zorg en welzijn geven relatief vaak langdurige zorg, net als werknemers in de bedrijfstakken openbaar bestuur en overheidsdiensten, verhuur en handel van onroerend goed, het onderwijs, en overige dienstverlening. Andere groepen werknemers die relatief vaak langdurige zorg verlenen zijn deeltijders, vrouwen, oudere werknemers, alleenstaande ouders en werknemers met een partner maar zonder kinderen.

De meest genoemde reden om geen zorg te verlenen bij een langdurige zorgsituatie is dat er al voldoende hulp van anderen beschikbaar was. Werknemers in zorg en welzijn noemen deze reden wel relatief minder vaak dan werknemers in  andere bedrijfstakken. Binnen zorg en welzijn wordt iets vaker genoemd dat het financieel of vanwege het werk niet mogelijk was.

Figuur 2. Redenen om geen zorg te verlenen in een langdurige zorgsituatie*, 2025

* Meerdere antwoorden mogelijk
Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Verschil tussen werknemers in zorg en welzijn en andere bedrijfstakken in percentage zorgverleners kleiner bij kortdurende zorgsituaties

Ook bij kortdurende zorgsituaties verlenen werknemers binnen zorg en welzijn vaker zorg dan werknemers in andere bedrijfstakken: Van de 178 duizend werknemers binnen zorg en welzijn die in 2025 te maken kregen met zo’n kortdurende zorgsituatie hebben er 150 duizend zorg verleend (84 procent). Bij werknemers buiten zorg en welzijn ging het om 467 duizend (79 procent) van de 587 duizend werknemers. Daarmee is het verschil tussen zorg en welzijn en andere bedrijfstakken in het aandeel dat zorg verleent kleiner bij kortdurende zorgsituaties dan bij langdurende zorgsituaties.

Figuur 3. Zorgverlening door werknemers in een kortdurende zorgsituatie, 2025

Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

In het geval van kortdurende zorgsituaties is, na het toevoegen van andere kenmerken, de samenhang tussen het verlenen van zorg met het kenmerk bedrijfstak sterk verminderd (zie bijlage B1*). Net als bij de langdurige zorgsituaties zijn het ook hier de vrouwen en de hogere leeftijdsgroepen die relatief vaak (kortdurende) zorg bieden. Daarnaast zijn (alleenstaande) ouders relatief vaak zorgverleners. Er is zo goed als geen samenhang tussen enerzijds het verlenen van (kortdurende) zorg en anderzijds de bedrijfstak en beroepsrichting, wanneer rekening wordt gehouden met andere kenmerken.

Net als bij de langdurige zorgsituaties is voldoende hulp van anderen de meest genoemde reden om geen zorg te verlenen. En ook hier wordt deze reden relatief minder vaak genoemd door werknemers in zorg en welzijn (39 procent) dan door werknemers in andere bedrijfstakken (45 procent). Werknemers in zorg en welzijn geven vaker dan werknemers in andere bedrijfstakken aan dat zij vanwege hun werk niet in staat zijn deze zorg te verlenen (37 procent tegenover 30 procent). Ook geven zij iets vaker dan werknemers in andere bedrijfstakken aan dat de zorg emotioneel of lichamelijk te zwaar is (10 procent tegenover 7 procent) en dat het financieel niet mogelijk is (11 tegenover 10 procent).

Figuur 4. Redenen om geen zorg te verlenen in een kortdurende zorgsituatie*, 2025

*Meerdere antwoorden mogelijk
Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Minder vaak verlof voor zorg in zorg en welzijn dan in andere bedrijfstakken

Werknemers binnen zorg en welzijn die zorg verlenen bij een langdurige zorgsituatie nemen daarvoor minder vaak verlof op dan werknemers in andere bedrijfstakken. Bij verlof gaat om elke vorm van verlof, inclusief vakantiedagen. Van de 167 duizend werknemers binnen de bedrijfstak zorg en welzijn die zorg verlenen heeft 36 procent (zorg)verlof opgenomen tegenover 47 procent van de werknemers buiten de bedrijfstak.

Figuur 5. Verlof door werknemers in een langdurige zorgsituatie, 2025

Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Ook als rekening wordt gehouden met andere kenmerken nemen werknemers in de bedrijfstak zorg en welzijn relatief minder vaak verlof op (zie bijlage B1). Werknemers vanaf 35 jaar nemen relatief vaak verlof op, werknemers met oudere kinderen (18 jaar of ouder) en deeltijdwerkers minder vaak. Beroepsgroepen die relatief vaak verlof opnemen zijn de bedrijfseconomische en administratieve beroepen, managers, en de technische en ICT-beroepen.

De meest genoemde reden om geen verlof op te nemen voor de zorg binnen een langdurige zorgsituatie is dat familie, vrienden of kennissen kunnen helpen. Onder werknemers binnen zorg en welzijn geeft 34 procent deze reden op, iets minder dan bij werknemers in andere bedrijfstakken (37 procent). Bij zowel zorg en welzijn als andere bedrijfstakken geeft 1 op de 10 aan dat zij vanwege werk niet in staat zijn om verlof op te nemen.

Figuur 6. Redenen om geen verlof op te nemen om te zorgen in een langdurige zorgsituatie* , 2025

* Meerdere antwoorden mogelijk
Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Ruim 3 op de 10 werknemers in zorg en welzijn nemen verlof op bij kortdurende zorgsituatie

Van de 150 duizend werknemers binnen de zorg en welzijn die in 2025 zorg hebben verleend in een kortdurende zorgsituatie heeft 32 procent daarvoor (enige vorm van) verlof  opgenomen. Dat was minder vaak dan werknemers in andere  bedrijfstakken. Van hen nam 40 procent verlof op.

Figuur 7. Verlofopname door werknemers in een kortdurende zorgsituatie, 2025

Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Ook als er met andere kenmerken rekening wordt gehouden nemen werknemers in zorg en welzijn relatief minder vaak verlof op bij kortdurende zorg dan werknemers buiten de bedrijfstak (zie bijlage B1*). De samenhang met persoonskenmerken en werkkenmerken is wel anders dan bij langdurige zorgsituaties. Bij kortdurende zorgsituaties zijn het de werknemers met kinderen in de leeftijd van 0 tot 5 jaar die relatief vaak gebruik maken van verlofregelingen, en de samenhang met beroepsklasse is niet langer significant. Verder maken werknemers in flexibele arbeidsrelaties minder vaak gebruik van verlof in een kortdurende zorgsituatie.

De meest genoemde reden om geen verlof op te nemen bij een kortdurende zorgsituatie is dat familie, vrienden of kennissen al kunnen bijspringen. Werknemers in zorg en welzijn noemen deze reden relatief vaak. Een andere reden die werknemers in zorg en welzijn relatief vaak noemen is dat het niet mogelijk is om verlof te nemen vanwege werk.

Figuur 8. Redenen om geen verlof op te nemen om te zorgen in een kortdurende zorgsituatie*, 2025

Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Bijna 4 op de 10 werknemers doen aanpassingen aan het werk bij een langdurige zorgsituatie

Van de werknemers in de bedrijfstak zorg en welzijn die in 2025 zorg verleenden bij een langdurige zorgsituatie deed 39 procent daarvoor een aanpassing in het werk. Dat is minder vaak dan bij werknemers in andere bedrijfstakken (44 procent). Het gaat om andere aanpassingen dan het nemen van verlof. De meest genoemde aanpassing in zorg en welzijn is dat ze op andere tijden of dagen werken (16 procent). Dat wordt even vaak genoemd door werknemers in andere bedrijfstakken. Werknemers in zorg en welzijn stellen iets vaker hun arbeidsduur naar beneden bij dan werknemers buiten de bedrijfstak (12 procent tegenover 9 procent). Andersom gaan werknemers buiten de bedrijfstak zorg en welzijn vaker (meer) thuiswerken dan zorg en welzijn-personeel.

Figuur 9. Aanpassingen in het werk (anders dan verlof) om zorg te verlenen in een langdurige zorgsituatie*, 2025

Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

De mate waarin werknemers die zorg verlenen in een langdurige zorgsituatie hun werk aanpassen hangt niet sterk samen met de bedrijfstak waarin ze werken (zie bijlage B1*). Wel is er een duidelijke samenhang met beroep: werknemers in commerciële beroepen, in bedrijfseconomische en administratieve beroepen, managers, werknemers in openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen, en ICT-beroepen passen hun werk relatief vaak aan bij een zorgsituatie. Werknemers in zorg en welzijn beroepen passen het werk juist relatief minder vaak aan. Werknemers met een hoger onderwijs- en beroepsniveau, deeltijdwerkers, en werknemers met kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar passen ook relatief vaak hun werk aan.

Bij kortdurende zorgsituatie doen 4 op de 10 werknemers in zorg en welzijn aanpassingen in het werk

Werknemers in de bedrijfstak zorg en welzijn die zorg verlenen binnen een kortdurende zorgsituatie maken daarbij minder vaak aanpassingen binnen hun werk dan werknemers in de overige bedrijfstakken (42 procent tegenover 50 procent). Zij passen minder vaak hun werktijden/werkdagen aan en gaan ook minder vaak (meer) thuiswerken.

Figuur 10. Aanpassingen in het werk (anders dan verlof) om zorg te verlenen in een kortdurende zorgsituatie*, 2025

Bron: Enquête beroepsbevolking (EBB), CBS.

Als ook andere kenmerken in de analyse worden meegenomen dan blijft de samenhang tussen bedrijfstak en werkaanpassingen bestaan (zie bijlage B1*). Werknemers in de bedrijfstakken zorg en welzijn en financiële dienstverlening die zorg verlenen binnen een kortdurende zorgsituatie passen relatief minder vaak hun werk hierop aan. Werknemers in de middelste leeftijdsgroepen, werknemers met het hoogste beroepsniveau en werknemers met een diploma op minimaal hbo- of wo-niveau passen hun werk relatief vaak aan. Werknemers met jonge kinderen (0 tot 6 jaar) en werknemers met meerderjarige kinderen passen relatief minder vaak hun werk aan voor het verlenen van kortdurende zorg.

Conclusies

Het doel van dit artikel is om meer inzicht te geven in de mate waarin werknemers in de bedrijfstak zorg en welzijn hun werkzaamheden met eventuele zorgtaken thuis weten te combineren en hoe dit zich verhoudt tot werknemers in andere bedrijfstakken. Onderzocht is in welke mate zorgsituaties en zorgverlening voor zieke of hulpbehoevende naasten voorkomen bij werknemers in zorg en welzijn. In hoeverre maken zorgwerknemers gebruik van verlofregelingen om met deze zorgsituaties om te gaan? En in welke mate en op welke wijze passen zorgwerknemers hun werksituatie hierop aan?

Uit dit onderzoek blijkt dat werknemers in zorg en welzijn vaker zorg verlenen dan werknemers in andere bedrijfstakken. Dat geldt voor zowel langdurige zorgsituaties als kortdurende zorgsituaties. Ook bij de redenen om niet te zorgen zijn er (kleine) verschillen tussen werknemers in zorg en welzijn en andere werknemers.

Kenmerken van werknemers in langdurige en kortdurende zorgsituaties vertonen veel overeenkomsten. Wanneer er rekening wordt gehouden met persoons- en arbeidskenmerken  verlenen werknemers in zorg en welzijn relatief vaak zorg bij een langdurige zorgsituatie terwijl er bij kortdurende zorgsituaties geen significante samenhang is van zorgverlening met bedrijfstak.

Werknemers in zorg en welzijn die zorg verlenen maken relatief weinig gebruik van verlofregelingen. Dit geldt zowel voor langdurige als kortdurende zorgsituaties. Langdurige en kortdurende zorgsituaties verschillen onderling wel in de samenhang van verlofopname met werknemers- en baankenmerken. Bij langdurige zorg zijn het vooral deeltijders die minder vaak verlof nemen en bij kortdurende zorg geldt dat minder vaak voor flexwerknemers. Bij kortdurende zorg wordt relatief vaak door ouders met jonge kinderen verlof genomen en bij langdurende zorg is er een sterke samenhang met leeftijd. De meest genoemde reden om geen verlof op te nemen is dat familie, vrienden of kennissen kunnen bijspringen met de zorg. In het geval van kortdurende zorgsituaties noemen werknemers in zorg en welzijn dat vaker dan andere werknemers. Bij langdurige zorgsituaties is dat juist andersom.

Werknemers in zorg en welzijn hebben minder vaak dan werknemers in andere bedrijfstakken aanpassingen gemaakt binnen hun werk om te kunnen zorgen. Zij gaan bijvoorbeeld minder vaak (meer) thuiswerken. In het geval van langdurige zorgsituaties hebben zij wel vaker hun werkuren verminderd dan andere werknemers. Ook werknemers met een hoger beroepsniveau of een diploma op hbo- of wo-niveau passen het werk relatief vaak aan.

Samenvattend zijn er verschillen tussen werknemers in zorg en welzijn en in andere bedrijfstakken: werknemers binnen de bedrijfstak zorg en welzijn verlenen vaker zorg wanneer zij te maken krijgen met een zorgsituatie, maar nemen daar minder vaak verlof voor op. Ook brengen ze minder vaak aanpassingen aan in hun werk om deze zorg te verlenen. Een deel van deze verschillen hangt samen met werknemers- en arbeidskenmerken. Zo werken er relatief veel vrouwen in de bedrijfstak zorg en welzijn, zij verlenen vaker mantelzorg dan mannen (CBS, 2026). In een multivariate analyse is rekening gehouden met de samenstelling van bedrijfstakken naar werknemers- en arbeidskenmerken. Daaruit blijkt dat deze een rol spelen bij de omvang van de verschillen tussen bedrijfstakken wat het voor toekomstig onderzoek wenselijk maakt om hier rekening mee te houden.

Referenties

Bijlagen

Bijlage 1. Logistisch regressiemodel verleende zorg, zorgverlof en werkaanpassingen

 

 

 

 

Meer lezen?

Op de hoogte blijven?

Krijg als eerste de nieuwste publicaties, uitnodigingen voor AZW-Clubhuisbijeenkomsten en meer verdieping van actuele data binnen zorg en welzijn.