‘Ik dacht altijd: dit doe je gewoon’

14 september 2026 • Longread

Voor Barbara is mantelzorg al jarenlang onderdeel van haar leven. Als alleenstaande moeder van twee zoons van 16 en 18 jaar, beiden met ADHD en autisme, combineert zij haar werk van 24 uur per week met een zorgsituatie die voortdurend aandacht vraagt. Opvallend genoeg werkt Barbara zelf bij een mantelzorgsteunpunt. Toch duurde het lang voordat zij zichzelf als mantelzorger zag. Pas toen zij vorig jaar uitviel met een burn-out, viel het kwartje. ‘Ik ondersteunde mantelzorgers in mijn werk, maar zag lange tijd niet dat het voor mij net zo goed gold.’

Dit praktijkverhaal is onderdeel van een gezamenlijke publicatie van CBS en AZW over werk en mantelzorg in zorg en welzijn. Bekijk alle cijfers en verhalen in het online magazine.
Bekijk het magazine

Mantelzorg raakt ook het werk

De zorg voor haar kinderen begon al toen zij jong waren. Naarmate zij ouder werden, nam de complexiteit van de situatie toe. De overgang naar de middelbare school bracht nieuwe uitdagingen met zich mee: wisselingen van scholen, begeleidingstrajecten, gesprekken met hulpverleners en steeds opnieuw zoeken naar passende ondersteuning.

Volgens Barbara zit de grootste belasting niet zozeer in de directe zorg, maar in alles wat eromheen geregeld moet worden. Overleggen met scholen, contact met gemeenten, aanvragen voor begeleiding, wachtlijsten, indicaties en het voortdurend bewaken van processen. ‘Er is iedere week wel iets. Een gesprek op school, een afspraak met een hulpverlener of iets dat geregeld moet worden bij de gemeente.’

Die taken kosten volgens haar niet altijd veel tijd, maar wel veel energie. Bovendien maakt zij zich voortdurend zorgen over de toekomst van haar kinderen en vraagt zij zich regelmatig af of zij de juiste keuzes heeft gemaakt. ‘Je kunt jezelf helemaal gek maken met de vraag of je iets anders had moeten doen.’

Werk als uitlaatklep én uitdaging

Ondanks de intensieve mantelzorg is Barbara nooit minder gaan werken. Toen haar kinderen werden geboren, koos zij bewust voor een werkweek van 24 uur. Dat aantal uren is altijd gelijk gebleven. Werk heeft voor haar namelijk ook een belangrijke functie. ‘Werk is voor mij ook een vlucht. Even uit de thuissituatie zijn.’

Op haar werk ervaart zij meer overzicht en controle dan thuis. Het biedt afleiding en helpt haar om niet voortdurend met de zorgsituatie bezig te zijn. Tegelijkertijd merkt zij dat werk en mantelzorg niet los van elkaar staan. Na een moeilijke ochtend thuis of een conflict met een van haar zoons is het soms lastig om de knop om te zetten en zich volledig op haar werk te richten.Ook praktisch vraagt de combinatie regelmatig om flexibiliteit. Gesprekken met scholen en hulpverleners vinden vaak tijdens kantooruren plaats. Hoewel Barbara veel zelf kan plannen, blijft het regelmatig puzzelen om alle afspraken passend te krijgen. ‘Je schuift voortdurend met je agenda. Gelukkig kan dat meestal, maar eenvoudig is het niet.’

‘Ik ondersteunde mantelzorgers in mijn werk, maar zag lange tijd niet dat het voor mij net zo goed gold.’

Toen het niet meer ging

Vorig jaar werd de belasting uiteindelijk te groot. Barbara viel uit met een burn-out. Achteraf ziet zij dat de langdurige mantelzorg daar een belangrijke rol in speelde. ‘Tijdens de therapie kwam het steeds terug. Toen dacht ik: dit geldt voor mij net zo goed als voor de mantelzorgers die ik ondersteun.’

Zelf had zij de signalen lange tijd niet serieus genomen. Haar leidinggevende zag eerder dat het niet goed ging en trok uiteindelijk aan de bel. ‘Mijn leidinggevende zei op een gegeven moment: kun je jezelf ziekmelden? Het gaat helemaal niet goed.’ Op dat moment kampte Barbara al met fysieke klachten en merkte zij dat zij de dagen vooral doorkwam op wilskracht. Hoewel werk voor haar belangrijk bleef, was rust nemen onvermijdelijk.

‘Mijn leidinggevende zei: kun je jezelf ziekmelden? Het gaat helemaal niet goed.’

Begrip en ruimte maken het verschil

Tijdens haar herstel ervaart Barbara veel steun vanuit haar organisatie. Zij krijgt ruimte om haar agenda flexibel in te delen en ervaart begrip van collega’s en leidinggevenden. Ook tijdens haar re-integratie wordt zij geholpen om niet direct weer alles naar zich toe te trekken. ‘Ik heb heel erg de neiging om alles meteen weer op te pakken. Daar word ik nu gelukkig ook in afgeremd.’

Daarnaast is haar werk anders georganiseerd dan voorheen. Waar zij vroeger grotendeels alleen werkte, zijn er nu meerdere collega’s die taken kunnen overnemen. Dat geeft meer rust en maakt het makkelijker om werk los te laten als dat nodig is. Voor de toekomst kijkt Barbara samen met haar werkgever naar manieren om haar werkzaamheden beter af te bakenen en meer back-up te organiseren. ‘Het helpt als er iemand is die weet waar je mee bezig bent en dingen kan overnemen als dat nodig is.’

Wat helpt volgens Barbara?

Terugkijkend ziet Barbara een aantal factoren die haar helpen om werk en mantelzorg te combineren:

  • Flexibiliteit in haar agenda, waardoor afspraken met scholen en hulpverleners kunnen worden ingepland.
  • Begrip van collega’s en leidinggevende, die oog hebben voor haar situatie.
  • Werk als bron van afleiding en structuur, waardoor zij even afstand kan nemen van de zorg thuis.
  • Taken delen binnen het team, zodat werk niet volledig op haar schouders rust.
  • Leren loslaten, zowel thuis als op het werk.
  • Contact met lotgenoten, bijvoorbeeld via een oudergroep voor ouders van kinderen met ADHD en autisme.

Verder lezen?

Dit praktijkverhaal is onderdeel van een gezamenlijke publicatie van CBS en AZW over werk en mantelzorg in zorg en welzijn. CBS onderzocht hoe werknemers in de sector werk combineren met de zorg voor een naaste. AZW vult de cijfers aan met persoonlijke verhalen van medewerkers uit verschillende branches.

Lees de belangrijkste inzichten uit het CBS-onderzoek en alle praktijkverhalen over werk en mantelzorg bij elkaar.

Bekijk het magazine

Meer lezen?

Op de hoogte blijven?

Krijg als eerste de nieuwste publicaties, uitnodigingen voor AZW-Clubhuisbijeenkomsten en meer verdieping van actuele data binnen zorg en welzijn.