Werkervaring
In de periode van 2015 tot en met – 2021 bestond de sector zorg en welzijn voor 71% uit medewerkers met 5 jaar werkervaring of meer. 13% van de medewerkers had 2 tot 5 jaar werkervaring, 7% van de medewerkers had 1 tot 2 jaar werkervaring en 9% had minder dan 1 jaar werkervaring.
Figuur 11: opbouw medewerkers in zorg en welzijn naar werkervaring
Figuur 12: uitstroompercentages naar werkervaring (2015 -2021)
Als we kijken naar de uitstroompercentages op basis van werkervaring, zien we dat medewerkers met meer werkervaring een lager uitstroompercentage hebbenAls we kijken naar de uitstroompercentages van medewerkers naar werkervaring, zien we dat hoe meer werkervaring medewerkers hebben, des te lager hun uitstroompercentage is. Onder de relatief kleine groep van medewerkers met minder dan 1 jaar werkervaring (‘starters’) stroomde 1 op de 3 (32%) binnen een jaar weer uit. Van de groep medewerkers met meer dan 5 jaar werkervaring stroomde een kleine 6% uit op jaarbasis (zie figuur 12).
Uitstroompercentages verder onder de loep
Naar aanleiding van de voorafgaande analyse, kunnen we de vraag of het klopt dat jonge medewerkers, medewerkers met minder ervaring en medewerkers met flexibele contracten meer uitstromen dan andere medewerkers, bevestigend beantwoorden. Naast deze groepen medewerkers viel het ook op dat het uitstroompercentage onder wo-ers hoger lag dan onder mbo -en hbo-ers. Op basis van de voorafgaande analyse kunnen we bevestigen dat jonge medewerkers, medewerkers met minder ervaring en medewerkers met flexibele contracten inderdaad vaker uitstromen dan andere medewerkers. Daarnaast viel het op dat het uitstroompercentage onder wo-ers hoger lag dan onder mbo- en hbo-ers.
Verschillen op branche-niveau
Graag nemen we de groepen met een hoger uitstroompercentage verder onder de loep en kijken we of we verschillen zien op branche-niveau (zie figuur 13).
Figuur 13: groepen met hogere uitstroompercentage per branche (2015-2021)
Net als we zagen in onze eerdere analyse onder álle medewerkers, is de uitstroom voor deze groepen vooral hoog in de samengestelde branche sociaal werk, jeugdzorg en kinderopvang.
Samenhang werkervaring, leeftijd en arbeidsrelatie
Omdat duidelijk werd dat de hoogste uitstroompercentages zich voordoen bij de minst ervaren en jonge medewerkers, evenals bij medewerkers met een flexibel contract, onderzochten we hoe deze groepen onderling samenhangen.
Starters hebben in 9 van de 10 gevallen een flexibel contract
Werkervaring en arbeidsrelatie
Om dit te onderzoeken, vergeleken we de uitstroompercentages van deze groepen, beginnend met werkervaring en arbeidsrelatie. Voordat we hier verder op ingaan, is het belangrijk om de arbeidsrelatie in perspectief te plaatsen. Bij starters in de sector is het zeer gebruikelijk om flexibele contracten te hanteren: bijna 9 op de 10 medewerkers met minder dan een jaar werkervaring hebben een flexibel contract. Zelfs in de groep met 2-5 jaar werkervaring zijn flexibele contracten nog steeds een veel voorkomende arbeidsovereenkomst (43%). Medewerkers met 5 jaar of meer werkervaring hebben in de meeste gevallen een vast contract (83%) (zie figuur 14).
We vergeleken de uitstroom op basis van werkervaring en arbeidsrelatie om inzicht te krijgen in hun onderlinge samenhang. In onze eerdere analyse zagen we een aanzienlijk verschil in uitstroompercentages tussen medewerkers met flexibele contracten en die met vaste contracten, gemiddeld 19% versus 6% in de periode 2015-2021. Daarnaast viel op dat het uitstroompercentage onder medewerkers met weinig werkervaring het hoogst was.
Figuur 14: Samenhang tussen arbeidsrelatie en werkervaring (gemiddelde 2015-2021)
Tabel 1: werkervaring vs. arbeidsrelatie: gemiddelde uitstroompercentages 2015-2021
Onder medewerkers met meer werkervaring zien we dat de uitstroompercentages hoger zijn bij flexibele contracten dan bij vaste contracten, tot bijna twee keer zo hoog bij een werkervaring van 5 jaar of meer (zie tabel 1). Eerder zagen we dat de groep medewerkers met 5 jaar of meer werkervaring, het grootste deel uitmaakt van de medewerkers (71%).
Werkervaring en leeftijd
Op eenzelfde manier keken we naar de verbanden tussen werkervaring en leeftijd. Voor een volledig beeld is het hier ook goed om eerst te kijken hoe de leeftijdsverdeling is binnen groepen met verschillende werkervaring. Logischerwijs zijn nieuwe medewerkers over het algemeen jonger: we zien dat 43% van de nieuwe medewerkers was jonger dan 25 was.25 jaar.
Figuur 15. Samenhang tussen leeftijd en werkervaring
Uit onze eerdere analyse bleek dat vooral deze groep medewerkers (0 tot 1 jaar werkervaring) procentueel vaker uitstroomde: op jaarbasis stroomde bijna een kwart van hen uit. Het zou te verwachten zijn dat medewerkers onder de 25 jaar met de minste werkervaring het hoogste uitstroompercentage zouden hebben. Dit blijkt ook zo te zijn: onder deze groep jonge medewerkers is het uitstroompercentage 39%. En dit percentage ligt een stuk hoger dan bij oudere medewerkers met dezelfde werkervaring: zo is het uitstroompercentage onder medewerkers tussen de 25 en 44 jaar is het uitstroompercentage , 24%.
Tabel 2: werkervaring vs. leeftijd: gemiddelde uitstroompercentages 2015-2021
Naarmate de werkervaring toeneemt lijkt de leeftijd minder verband te houden met het uitstroompercentage.
Conclusies
De analyse van de uitstroom binnen de sector zorg en welzijn over de periode 2010-2021 laat zien dat er aanzienlijke verschillen zijn in uitstroompercentages tussen verschillende branches en groepen medewerkers. Het algemene uitstroompercentage van 10% per jaar is relatief laag in vergelijking met andere sectoren, waar het gemiddelde bijna 20% bedraagt. Desondanks blijft de uitstroom een belangrijk aandachtspunt voor de sector, zeker gezien de verwachte toename in de zorgvraag en de groeiende behoefte aan personeel.
Wie stromen er uit?
We zagen dat uitstroompercentages hoger waren binnen de samengestelde branches sociaal werk, jeugdzorg en kinderopvang en de verzorging, verpleging en thuiszorg. Deze branches waren tussen 2012 en 2016 verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de uitstroom uit zorg en welzijn. In deze periode was er sprake van drie grote transities, zoals de introductie van de participatiewet, de overheveling van AWBZ-begeleiding en persoonlijke verzorging naar WMO en de transitie van de jeugdzorg. Ook werd er in de periode, waarin een economische crisis speelde bezuinigd op de langdurige zorg. Door toenemende werkloosheid nam ook de vraag naar kinderopvang in deze periode sterk af.
De analyse laat zien dat de uitstroom hoger was onder medewerkers met minder dan een jaar werkervaring, medewerkers met een flexibel contract en medewerkers onder de 25 jaar. Ook bleek dat medewerkers met een wo-opleiding relatief vaker uitstromen dan medewerkers met een hbo- of mbo-opleiding.
Nieuwe medewerkers en flexibilisering van de arbeidsmarkt
Onze analyse bevestigt het beeld dat jonge, minder ervaren medewerkers met flexibele contracten sneller de sector verlaten. Maar waarom is dit het geval? Het is gebruikelijk voor jonge beroepsbeoefenaren om bij hun eerste baan een tijdelijk contract te krijgen, een praktijk die in alle sectoren in Nederland voorkomt. Tijdelijke contracten worden echter niet altijd verlengd, vooral niet in periodes van zwakkere economische groei, zoals zichtbaar in de periode 2012-2016.
Daarnaast bestaat de groep jonge medewerkers tot 25 jaar vaak uit mensen met kleine of tijdelijke banen, zoals stageplaatsen in de zorg die in de zomermaanden worden voortgezet met een tijdelijk contract, waarna men weer verdergaat met studeren en ‘uitstroomt’. Aangezien het voor veel van deze jonge medewerkers hun eerste baan betreft, is het vaak ook hun eerste ervaring met werk, waarbij ze na enige tijd merken dat de functie of werksoort minder goed past dan aanvankelijk gedacht.
Aandacht voor vertrekredenen
Aanvullend onderzoek is nodig om meer inzicht te krijgen in de redenen van uitstroom bij de groepen medewerkers met een hoog uitstroompercentage. Toch geven de uitkomsten van dit onderzoek ook aanleiding voor werkgevers om juist aandacht te schenken aan vertrekredenen bij jongere medewerkers, medewerkers met weinig werkervaring en medewerkers met flexibele contracten. Door hun wensen en verwachtingen te begrijpen, kunnen werkgevers gerichte maatregelen nemen om het personeelsverloop in deze groepen te verminderen.