De externe arbeidsmarkt van zorg en welzijn: waar komen werknemers vandaan en waar gaan ze naartoe

21 juli 2026 • Longread

De arbeidsmarkt van zorg en welzijn houdt niet op bij de sectorgrens. Werknemers stromen vanuit andere bedrijfstakken de sector binnen en vertrekken ook weer naar andere delen van de economie. Deze longread laat zien uit welke bedrijfstakken ze komen, waar ze naartoe gaan en hoe die arbeidsmarktrelaties verschillen tussen de branches. Daarbij blijkt dat een relatief beperkt aantal bedrijfstakken een belangrijke rol speelt in de externe in- en uitstroom van zorg en welzijn.

Arbeidsmarktanalyses richten zich vaak op ontwikkelingen binnen zorg en welzijn, zoals werkgelegenheid, vacatures, verzuim en mobiliteit tussen branches. Daardoor blijft de uitwisseling van werknemers met andere bedrijfstakken vaak buiten beeld. Juist deze sectorvreemde mobiliteit laat zien met welke delen van de Nederlandse economie zorg en welzijn het sterkst verbonden is.

Nieuwe gegevens van het CBS over sectorvreemde mobiliteit op SBI 3-cijferig niveau maken het mogelijk om deze arbeidsmarktrelaties systematisch in kaart te brengen. Zo ontstaat een nieuw perspectief op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn: niet als één afgebakende externe arbeidsmarkt, maar als een netwerk van relaties met verschillende bedrijfstakken. Deze longread beschrijft die externe arbeidsmarktrelaties. Eerst brengen we het sectorbeeld in kaart. Daarna laten we zien hoe de afzonderlijke branches zich tot dit algemene beeld verhouden.

Twaalf bedrijfstakken bepalen een groot deel van de externe mobiliteit

De externe arbeidsmarkt van zorg en welzijn omvat arbeidsmobiliteit met een groot aantal bedrijfstakken. Werknemers stromen jaarlijks in vanuit en uit naar honderden verschillende SBI-codes. Veel van deze arbeidsmarktrelaties zijn echter beperkt van omvang. Om de belangrijkste patronen zichtbaar te maken, is een selecte van bedrijfstakken samengevoegd tot twaalf presentatiecategorieën.

Figuur 1. De belangrijkste bedrijfstakken vertegenwoordigen ongeveer tweederde van de externe arbeidsmarkt

Figuur 1 laat zien dat deze twaalf presentatiecategorieën gezamenlijk ongeveer tweederde van alle sectorvreemde in- en uitstroom vertegenwoordigen. Daarmee bieden zij een representatief beeld van de belangrijkste arbeidsmarktrelaties tussen zorg en welzijn en de rest van de Nederlandse economie. De resterende mobiliteit is verspreid over een groot aantal kleinere bedrijfstakken, die ieder afzonderlijk slechts een beperkte bijdrage leveren aan het totale mobiliteitsbeeld.

In het vervolg van deze longread staan deze twaalf presentatiecategorieën centraal. Eerst wordt beschreven welke arbeidsmarktrelaties op sectorniveau het belangrijkst zijn. Vervolgens wordt zichtbaar hoe deze relaties verschillen tussen de afzonderlijke branches binnen zorg en welzijn.

Sommige bedrijfstakken leveren vooral werknemers, andere ontvangen ze juist

De volgende figuur laat zien met welke bedrijfstakken zorg en welzijn de meeste werknemers uitwisselt. Daarbij zijn de sectorvreemde instroom en uitstroom naast elkaar weergegeven. Zo wordt niet alleen zichtbaar welke arbeidsmarktrelaties het belangrijkst zijn, maar ook welke bedrijfstakken per saldo vooral werknemers aan zorg en welzijn leveren en welke juist relatief veel werknemers uit de sector ontvangen.

Figuur 2. De twaalf grootste presentatiecategorieën waarmee de sector zorg en welzijn medewerkers uitwisselt door in- en uitstroom, gemiddeld per jaar (2022–2024)*.

*De overige in- en uitstroom (niet getoond) heeft een omvang van ongeveer 34 procent en is afkomstig uit meer dan 100 individuele categorieën.

De uitzend-, payroll- en arbeidsbemiddelingsbranche en de supermarkten en warenhuizen vormen veruit de belangrijkste externe arbeidsmarktrelaties van zorg en welzijn. Ook restaurants en eetgelegenheden, overige winkels en schoonmaakbedrijven leveren jaarlijks veel werknemers aan de sector. De figuur laat zien dat deze bedrijfstakken per saldo vooral werknemers aan zorg en welzijn ‘leveren’. Dat geldt in het bijzonder voor de uitzendbranche en de detailhandel, waar de instroom naar zorg en welzijn aanzienlijk groter is dan de uitstroom vanuit de sector. Ook vanuit de horeca, schoonmaakbedrijven, sport, ideële en belangenorganisaties en managementadviesbureaus stromen per saldo meer werknemers naar zorg en welzijn dan andersom.

Daar staat tegenover dat enkele bedrijfstakken juist relatief veel werknemers uit zorg en welzijn ‘ontvangen’. Openbaar bestuur en overheidsdiensten springt daarbij duidelijk in het oog. Ook richting het basis- en speciaal onderwijs, het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs is de uitstroom groter dan de instroom. Deze bedrijfstakken vormen daarmee belangrijke bestemmingen voor werknemers die de sector verlaten.

De externe arbeidsmarkt van zorg en welzijn is geen willekeurige verzameling van arbeidsmarktstromen. Achter de sectorvreemde mobiliteit gaat een herkenbaar patroon schuil van bedrijfstakken die vooral werknemers aan zorg en welzijn leveren en bedrijfstakken die juist relatief veel werknemers uit de sector ontvangen. Dit algemene sectorbeeld vormt het vertrekpunt voor de brancheprofielen die hierna worden besproken.

De gegevens laten zien tussen welke bedrijfstakken werknemers zich bewegen, maar niet waarom zij overstappen of welke functies zij vervullen. Een overstap kan uiteenlopende achtergronden hebben: van een eerste baan buiten de sector tot een vervolgstap in een loopbaan. Deze analyse beperkt zich daarom bewust tot het beschrijven van mobiliteitspatronen.

Achter het sectorbeeld gaan duidelijke brancheverschillen schuil

De tweede figuur liet zien met welke bedrijfstakken zorg en welzijn als geheel werknemers uitwisselt. Zo ontstaat een sectorbeeld van de externe arbeidsmarkt. Dat beeld geldt echter niet in dezelfde mate voor iedere branche.

Achter het algemene patroon gaan duidelijke verschillen schuil. Sommige bedrijfstakken zijn voor vrijwel alle branches belangrijk, terwijl andere vooral kenmerkend zijn voor één of enkele branches. Zo ontstaat geen verzameling losse arbeidsmarkten, maar een netwerk van arbeidsmarktrelaties waarin iedere branche een eigen positie inneemt.

Daarom kijken we in het volgende deel niet alleen naar de sector als geheel, maar ook naar de afzonderlijke branches. Dat maakt zichtbaar welke arbeidsmarktrelaties breed gedeeld worden en waar branches juist een eigen profiel hebben.

Iedere branche heeft een eigen patroon van herkomst en bestemming

Om de verschillen tussen branches zichtbaar te maken, zijn voor iedere branche de arbeidsmarktrelaties met de twaalf presentatiecategorieën in beeld gebracht. Daarbij is steeds dezelfde indeling gebruikt, zodat de brancheprofielen rechtstreeks met elkaar kunnen worden vergeleken.

De figuren tonen per branche de verdeling van de sectorvreemde instroom en uitstroom over de herkomst- en bestemmingscategorieën. Daarmee wordt zichtbaar met welke bedrijfstakken een branche de sterkste arbeidsmarktrelaties heeft. De nadruk ligt niet op de totale omvang van de mobiliteit, maar op het patroon van herkomst en bestemming van werknemers.

Figuur 3. Arbeidsmarktrelaties per branche
Gebruik de slider om de verschillende branches te bekijken.

De branchebeelden laten zien dat zorg- en welzijnsbranches veel werknemers uitwisselen met dezelfde bedrijfstakken, maar dat de onderlinge accenten verschillen. Welke arbeidsmarktrelaties voor een branche het meest kenmerkend zijn, wordt bij ieder branchebeeld afzonderlijk toegelicht.

Samen laten de brancheprofielen zien dat iedere branche een eigen patroon van arbeidsmarktrelaties heeft. Tegelijkertijd zijn de overeenkomsten tussen branches groot genoeg om te spreken van één gezamenlijke externe arbeidsmarkt voor zorg en welzijn.

Een nieuw perspectief op de externe arbeidsmarkt

Deze analyse laat zien dat de arbeidsmarkt van zorg en welzijn niet ophoudt bij de sectorgrens. De sector is via een herkenbaar netwerk van in- en uitstroom verbonden met andere bedrijfstakken, terwijl de aard van die arbeidsmarktrelaties per branche verschilt. Door het gezamenlijke sectorpatroon naast de afzonderlijke brancheprofielen te zetten, ontstaat een genuanceerd beeld van de externe arbeidsmarkt van zorg en welzijn. Dat biedt een nieuw perspectief: niet alleen als een verzameling afzonderlijke branches, maar als onderdeel van een bredere arbeidsmarkt. Dit perspectief verrijkt de bestaande arbeidsmarktinformatie en biedt aanknopingspunten om deze relaties de komende jaren verder te volgen.

De resultaten roepen ook nieuwe vragen op. Waarom zijn bepaalde bedrijfstakken voor de ene branche belangrijker dan voor de andere? Welke rol spelen opleiding, beroep, loopbaanfase en regionale arbeidsmarkten daarbij? De huidige gegevens beantwoorden deze vragen niet, maar bieden wel een waardevol vertrekpunt voor vervolgonderzoek.

Meer lezen?

Op de hoogte blijven?

Krijg als eerste de nieuwste publicaties, uitnodigingen voor AZW-Clubhuisbijeenkomsten en meer verdieping van actuele data binnen zorg en welzijn.