24 jun 2026
De functiemix verschuift, maar niet overal even sterk
AZW analyseert nieuwe functiedata over zorg en welzijn: hoe veranderde de functiemix tussen 2019 en 2025, en wat zegt dat over branches?
Lees meer24 juni 2026 • Longread
Wie de arbeidsmarkt in zorg en welzijn wil begrijpen, kijkt vaak naar tekorten, vacatures, werkgelegenheid en in- en uitstroom. Maar minstens zo relevant is de vraag welke functies mensen vervullen. Verandert vooral het aantal medewerkers, of verschuift ook de samenstelling van het werk? Nieuwe functiedata van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) maken het mogelijk om die vraag beter te beantwoorden. Deze informatie is nu ook beschikbaar op de AZW-website en biedt inzicht in de samenstelling en ontwikkeling van functiegroepen in verschillende branches binnen de sector.
1. De UMC’s zijn niet aangesloten bij PFZW. Voor de verpleging en verzorging en thuiszorg zijn ook afzonderlijke data beschikbaar, maar die zijn voor deze analyse niet gebruikt omdat de functiegroepen veel overeenkomsten hebben. In de tabellen van PFZW zijn ook regionale data opgenomen.
In deze longread analyseert AZW hoe de functiemix zich tussen het eerste kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2026 ontwikkelde. Daaruit blijkt dat de functiemix in alle onderzochte branches verandert, maar niet overal even sterk. Vooral in de VVT, huisartsenzorg en het sociaal werk zijn duidelijke verschuivingen zichtbaar. Tegelijkertijd laat de analyse zien dat veel in- en uitstroom niet automatisch betekent dat de functiemix sterk verandert. Een branche kan relatief veel in- en uitstroom kennen, terwijl de onderlinge verhouding tussen functies toch redelijk stabiel blijft. Daarmee bieden de functiedata niet alleen inzicht in de beweging van medewerkers op de arbeidsmarkt, maar ook in de ontwikkeling van de personeelsstructuur binnen branches.
De analyse is gebaseerd op landelijke PFZW-tabellen voor acht branches1: geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, huisartsenzorg, jeugdzorg, kinderopvang, sociaal werk, verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) en ziekenhuizen. De functiedata worden ieder kwartaal door PGGM aangeleverd en bevatten informatie over de functiemix en de in- en uitstroom van medewerkers per functiegroep.
De mate waarin functies afzonderlijk worden onderscheiden, verschilt tussen branches. In sommige branches, zoals de kinderopvang en de jeugdzorg, wordt een groot deel van de medewerkers ondergebracht in een beperkt aantal herkenbare functiegroepen. In andere branches wordt een groter deel geregistreerd binnen een bredere restcategorie. Ook verschilt het aantal onderscheiden functiegroepen per branche.
Daarom lenen de gegevens zich vooral voor het analyseren van ontwikkelingen binnen branches. Een directe vergelijking van afzonderlijke functiegroepen tussen branches is minder goed mogelijk. Waar in deze longread branches met elkaar worden vergeleken, gaat het om de mate waarin de totale functiemix binnen een branche is veranderd, niet om een inhoudelijke vergelijking van specifieke functies tussen branches.
Een benoemde functiegroep is elke functiegroep behalve de groep ‘overige’.
Om branches te vergelijken is voor iedere branche berekend in welke mate de relatieve verdeling van functies veranderde tussen het eerste kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2026. Hiervoor is voor iedere functiegroep het verschil berekend tussen het aandeel in het eerste kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2026.
Om te voorkomen dat toenames en afnames elkaar wegstrepen, is de grootte van deze verschillen gebruikt ongeacht de richting van de verandering. Deze verschillen zijn vervolgens bij elkaar opgeteld en gedeeld door twee en geaggregeerd naar brancheniveau. Deze maat houdt geen rekening met tussentijdse schommelingen binnen de periode, maar beschrijft uitsluitend het verschil tussen het begin- en eindpunt van de onderzochte periode.
Figuur 1. Verandering in functiemix naar branche, 2019-2026
Bron: PFZW aangeleverd door PGGM, bewerkt door AZW
De grootste functiemixverandering is zichtbaar in de VVT (8,2 procentpunt), gevolgd door de huisartsenzorg (6,3 procentpunt) en het sociaal werk (6,2 procentpunt). De kleinste verschuivingen zijn zichtbaar in de branches ziekenhuizen (2,8 procentpunt) en kinderopvang (1,9 procentpunt). Daarmee verschillen branches duidelijk in de mate waarin de relatieve verdeling van functies veranderde.
Deze uitkomst betekent niet dat de werkgelegenheid in deze branches wel of niet veranderde. De cijfers laten uitsluitend zien in welke mate de relatieve verdeling van functies binnen een branche is verschoven.
Naast de totale verandering in de functiemix is per branche gekeken welke benoemde2 functiegroep het sterkst in aandeel toenam en welke benoemde functiegroep het sterkst in aandeel afnam. De categorie ‘overige’ is hierbij buiten beschouwing gelaten. Die categorie wordt wel meegenomen in de totale functiemixverandering, maar wordt niet inhoudelijk geïnterpreteerd.
Figuur 2. Grootste zichtbare stijgers in functiemix naar branche, 2019-2026
Bron: PFZW aangeleverd door PGGM, bewerkt door AZW
De grootste stijgers verschillen per branche. In de jeugdzorg nam het aandeel
gedragswetenschappers het meest toe (+3,9%). In de GGZ groeide in het bijzonder het aandeel gedragsdeskundigen (+3,3%) en in het sociaal werk nam het aandeel woonbegeleiders het sterkst toe (+3,2%). In de VVT nam het aandeel afdelingsassistenten het sterkst toe (+2,7%). Deze ontwikkelingen laten zien dat de relatieve positie van functiegroepen binnen branches in de loop van de tijd kan veranderen.
3. Het komt voor dat relatief kleine functiegroepen binnen branches een grote arbeidsdynamiek vertonen waardoor het rekenkundig gemiddelde hoger ligt dan het gewogen gemiddelde.
Figuur 3. Grootste zichtbare dalers in functiemix, per branche 2019-2025
Bron: PFZW aangeleverd door PGGM, bewerkt door AZW
Tegenover de stijgers staan functiegroepen die een kleiner aandeel kregen in de functiemix. In de jeugdzorg nam vooral het aandeel jeugdzorgwerkers af (-2,9%). In de GGZ werd het aandeel verpleegkundigen vooral kleiner (-2,9%). In de gehandicaptenzorg zien we de sterkste daling bij activiteitenbegeleiders (-3,1%) en in de huisartsenzorg nam het aandeel doktersassistenten het meest af (-6,3%). Binnen de VVT was de afname van het aandeel verzorgenden het meest opvallend (-7,9%).
Hierbij gaat het weer om veranderingen in het aandeel van functies binnen een branche. Een kleiner aandeel betekent niet automatisch dat het aantal medewerkers in die functiegroep is afgenomen. Wanneer de totale werkgelegenheid in een branche groeit, kan een functiegroep in absolute zin toenemen en tegelijkertijd een kleiner aandeel van de functiemix vormen en andersom.
Wil je alle stijgers en dalers per branche bekijken? In de interactieve visual hieronder zijn ook de overige functies opgenomen. Daardoor tellen de aandelen per branche op tot 100 procent en tellen de verschuivingen samen op tot nul.
Figuur 4. Stijgers en dalers naar branche, 2019-2026
De instroom- en uitstroomtabellen voegen een tweede perspectief toe. Ze laten zien in welke functiegroepen relatief veel beweging zit. Voor iedere functiegroep is hiervoor eerst de gemiddelde in- en uitstroom berekend op basis van alle beschikbare kwartaalcijfers. Vervolgens zijn deze twee waarden bij elkaar opgeteld. Dit is de arbeidsdynamiek per functie binnen één branche. De arbeidsdynamiek op brancheniveau is daarna berekend als het ongewogen gemiddelde van deze dynamiekwaarden van alle onderscheiden functiegroepen binnen een branche.
De hoogste gemiddelde arbeidsdynamiek van functies op brancheniveau is zichtbaar in de branche sociaal werk (23,1%), gevolgd door kinderopvang (22,9%) en de VVT (22,5%). De laagste gemiddelde arbeidsdynamiek is zichtbaar in de GGZ (13,0%). Omdat de maat ongewogen is, tellen kleine en grote functiegroepen even zwaar mee3. De uitkomst is daarom bedoeld als indicatie van dynamiek binnen de onderscheiden functiegroepen, niet als exact branchegemiddelde op basis van aantallen medewerkers.
Figuur 5. Functiemixverandering en arbeidsmarktdynamiek, 2019-2025
De combinatie van functiemix en mobiliteit laat zien dat een dynamische arbeidsmarkt niet automatisch samenvalt met een sterk veranderende functiemix. De kinderopvang is daarvan een duidelijk voorbeeld: de functiemix veranderde relatief weinig, terwijl verschillende benoemde functies een relatief hoge in- en uitstroom kennen. De VVT laat juist een relatief sterke functiemixverandering zien en kent ook zichtbare functies met veel arbeidsmarktdynamiek.
Dit onderscheid is relevant voor de interpretatie van arbeidsmarktontwikkelingen. Instroom en uitstroom laten zien hoeveel beweging er rond functies is. De functiemix laat zien hoe de onderlinge verhouding tussen functies binnen een branche verandert. Beide perspectieven vullen elkaar aan, maar zijn niet uitwisselbaar.
Een verdiepend branchebeeld is beschikbaar in de interactieve visual hieronder. Daarin is per functiegroep de gemiddelde in- en uitstroom te bekijken, inclusief de categorie overige functies.
Figuur 6. Arbeidsdynamiek naar functie, per branche
De PFZW-functiedata bieden een aanvullend beeld van de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Deze analyse maakt zichtbaar dat niet alleen de omvang van de werkgelegenheid relevant is, maar ook de relatieve verdeling van functies binnen de branches in de sector zorg en welzijn.
Tussen 2019 en 2026 veranderde de functiemix in alle onderzochte branches. Die verandering is niet overal even groot: vooral in de VVT, huisartsenzorg en sociaal werk zijn duidelijke verschuivingen zichtbaar, terwijl de functiemix in ziekenhuizen en kinderopvang relatief stabiel bleef. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat functiemixverandering iets anders is dan arbeidsmarktdynamiek. Een branche kan veel in- en uitstroom kennen zonder dat de onderlinge verhouding tussen functies sterk verandert.
De analyse blijft bewust beschrijvend. De cijfers laten zien dát de relatieve positie van functies verandert, maar verklaren niet waardoor deze veranderingen ontstaan. Daarmee vormen de functiedata vooral een basis voor verdere analyse, duiding en gesprek over de ontwikkeling van functies binnen zorg en welzijn.
Wil je zelf aan de slag met functiedata? Op deze pagina kun je de voor deze longread gebruikte tabellen downloaden. Hier staan nog veel meer tabellen over functies.
AZW analyseert nieuwe functiedata over zorg en welzijn: hoe veranderde de functiemix tussen 2019 en 2025, en wat zegt dat over branches?
Lees meer
Wat weten we echt over zzp’ers in zorg en welzijn? Deze AZW-publicatie brengt feiten, cijfers en inzichten samen achter het debat over zzp-inzet in de...
Lees meer
Werkdruk verklaart werkbeleving maar deels. Analyse van 23 beroepen laat zien dat vooral hulpbronnen zoals autonomie en steun het verschil maken.
Lees meer