De verschillen tussen branches zijn groter dan de veranderingen door de tijd
Hoewel de gemiddelde deeltijdfactor voor de sector als geheel nauwelijks verandert, bestaan er duidelijke verschillen tussen branches. Sommige branches kennen al jarenlang een relatief hoge gemiddelde deeltijdfactor, terwijl deze in andere branches lager ligt.
In 2025 varieert de deeltijdfactor van 0,59 in de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) tot 0,82 bij de universitair medische centra (UMC’s). Ook de geestelijke gezondheidszorg (0,78), jeugdzorg (0,78) en ziekenhuizen (0,76) kennen een relatief hoge gemiddelde deeltijdfactor, terwijl huisartsen en gezondheidscentra (0,64), kinderopvang (0,66) en de VVT lager uitkomen.
Binnen de meeste branches verandert de gemiddelde deeltijdfactor slechts beperkt. In enkele branches is sprake van een stijging van de gemiddelde deeltijdfactor, zoals in de kinderopvang, waar de gemiddelde deeltijdfactor tussen 2019 en 2025 licht toeneemt van 0,65 naar 0,66. Ook in de gehandicaptenzorg en de categorie Overige Zorg en Welzijn is sprake van een beperkte stijging. Daar staat tegenover dat de gemiddelde deeltijdfactor in de VVT in 2025 lager ligt (0,59) dan in 2019 (0,60).
Figuur 2. Gemiddelde deeltijdfactor per branche, jaargemiddelden 2019–2025
De verschillen tussen branches zijn daarmee groter dan de veranderingen binnen branches door de tijd. Terwijl de gemiddelde deeltijdfactor op sectorniveau al jaren vrijwel gelijk blijft, heeft iedere branche een eigen niveau en een eigen, meestal geleidelijke ontwikkeling.